Groeien in gemeentezijn (dagboek mei) PDF Afdrukken
Geschreven door Redactie   
woensdag, 22 april 2015 18:57

Deze maand een aantal bijbelstudies om ons te helpen als gemeenteleden te groeien, en met elkaar te groeien in gemeentezijn.

Dag 1

Lezen: 2 Korinte 6: 1-10

Om Jezus te volgen is het goed om het evangelie te lezen, telkens weer, en om een intens gebedsleven te kennen. Maar het kan ook helpen om andere navolgers van Jezus tot voorbeeld te hebben. Die voorbeelden zijn er in alle tijden geweest. In de Bijbelse tijd was Paulus er één. In 2 Korinte 6 vertelt hij over zijn leven.
Paulus verdedigt zichzelf omdat mensen twijfelden aan zijn apostelschap. Ze zeiden: we zien in jouw leven zo weinig hulp van God; er zijn in jouw leven zoveel moeilijkheden die niet weggenomen worden. Past dat wel bij een dienaar van God? En inderdaad: je komt onder de indruk als je leest wat Paulus allemaal heeft meegemaakt. In 2 Korinte 11:23 - 29 vertelt hij er nog iets meer over. Wat een leven! Maar Paulus schrijft: ik blijk juist een dienaar van God te zijn, omdat ik ondanks al die moeilijkheden op Hem blijf vertrouwen en Hem blijf dienen!

Vraag:  Hoe vind jij het dat zo’n goede dienaar van God zo’n moeilijk leven moest leiden?

Gebed:  God, wilt u mij helpen om ook onder de moeilijkste omstandigheden een dienaar van u te blijven?

 

Dag 2

Lezen: Job 14:1-12

Een bloem vergaat, en komt daarna niet meer op. Een boom kan als hij is omgehakt nog wel weer opnieuw gaan groeien. Maar een mens lijkt het meest op een bloem en eenmaal dood, is het over. Dat vindt in ieder geval Job in dit gedeelte. Job is tamelijk wanhopig. Hij is bijna alles kwijt geraakt. En de steun van z’n vrienden helpt ook niet echt, want die vertellen alleen nog maar meer hoe wanhopig zijn situatie wel niet is. Van je vrienden moet je het hebben, maar soms praten ze je alleen maar meer de put in. Job twijfelt er openlijk aan of God nog wel wat te zeggen heeft als hij als mens is gestorven. Later in het boek kun je lezen dat Job langzaam tot het besef komt dat ook door de diepste perioden heen, God met hem mee gaat. En dat dus inderdaad die dood wel dood lijkt, maar niet dood is voor God. Maar dat is op dit moment nog toekomstmuziek. Zoals dat in veel levens ook gewoon zo is: het is nu misère en dat is hoe het is. Je zou je kunnen afvragen wat het dan voor zin heeft om je nog tot God te richten? En toch is juist dat moment van misère een moment waarop mensen zich vaak tot God richten. Soms verwijtend, maar vaak ook als een toevluchtsoord als je nergens anders meer heen kunt. Als een schuilplaats, een plek om je hart uit te storten. En dat doen niet alleen mensen waarvan je weet dat ze heel gelovig zijn. Vraag maar eens iemand die je kent van je werk, of uit de straat, of je nu het zo moeilijk met hem of haar gaat, die ander zo ziek is, of veel verdriet heeft, of je voor hem of haar mag bidden. Je zult zien dat veel meer mensen dan je denkt zo’n aanbod zullen waarderen.

Vraag:  Wie in jouw omgeving zou je kunnen vragen om voor te mogen bidden?

Gebed: God, wees met de mensen om mij heen die hun gebed niet tot u kunnen richten. Mag mijn gebed ook hun gebed zijn.

 

Dag 3

Lezen: Matteus 7:15-20 (Lc 6:43-45)

Appels groeien niet aan een braamstruik, en rode bessen niet aan een perenboom. Als je de vruchten ziet, weet je met wat voor plant je te maken hebt. Maar kunnen mensen als ze jouw ‘vruchten’ zien, ook zien wat voor ‘plant’ jij bent? Oftewel: zien mensen aan jouw gedrag uit welk zaad jij bent gegroeid, en wat het geloof in Christus voor jou betekent? Vorige maand hadden we het over getuigen, en hebben we daar over nagedacht. Misschien ben je er de afgelopen weken wel mee bezig geweest. Het is nu een goed moment om met elkaar eens te kijken wat we in huis hebben. Want de een is als vrucht misschien wel meer een ‘peer’ en de ander een ‘rode bes’. Iedere gelovige is anders, heeft andere kwaliteiten en eigenschappen. Samen vormen we een hele fruitmand vol. Daarbij is het zaak dat de sterke vruchten wat meer naar onderen liggen, zodat het kwetsbare fruit niet verdrukt wordt. En: om die fruitmand goed te kunnen vullen moet je weten wat voor fruit je in huis hebt.

Vraag:  Weet u wat uw mede-gelovigen goed kunnen, wat voor iemand zij zijn, hoe zij hun geloof uitdragen. En waarin u dus elkaar kunt ondersteunen, of versterken?

Gebed: God, versterk ons als gemeenschap om samen de vruchten van ons geloof in u te mogen laten zien en uitdelen aan anderen.

 

Dag 4

Lezen: Lucas 13:19

Het verhaal van het kleine mosterdzaadje dat een hele grote plant wordt is maar één vers groot. Maar veel vaker naverteld, en in kinderbijbels soms pagina’s lang. Een klein verhaal dat groot wordt. Zo is het verhaal van het mosterdzaadje net als het verhaal van Jezus. Het verhaal van een zaadje. En het verhaal van 1 persoon. Dat zaadje werd een grote struik, waar hemelse vogels in konden wonen. Het verhaal van die ene persoon Jezus werd een boodschap waar miljoenen mensen troost, bemoediging, inspiratie en geloof uit putten.
Het mosterdzaadje staat in de vertelling voor het Koninkrijk van God, dat vanuit iets heel kleins tot iets heel groots kan worden. Het laat zien hoe God maar weinig nodig heeft, om tot iets heel groots te komen. Wij denken soms dat we bergen geloof nodig hebben, om iets te bereiken. Maar God heeft er alle vertrouwen in dat met iets heel kleins iets heel groots begonnen kan worden. En dat hele kleine mosterdzaadje, waaruit Gods koninkrijk groeit, dat kan ieder mens zijn.

Vraag: Wat heb jij als talent, kracht of mogelijkheid om als een mosterdzaadje in te zetten om Gods koninkrijk te laten groeien?

Gebed: Heer, geef mij de kracht om te groeien in mijn geloof, en om te groeien in gemeenschap met anderen, zodat we samen op weg gaan naar uw Koninkrijk.

 

Dag 5

Lezen: Openbaring 2:7

Je zou kunnen ophouden met geloven. Omdat het te moeilijk is. Omdat je tegenwerking ondervindt. Of omdat je de enige bent in je gezin die nog naar de kerk gaat. Maar dat zou wel eeuwig zonde zijn als je dat doet. Ik merk dat heel veel mensen die zich bij de kerk laten uitschrijven dan ook niet stoppen met geloven. Alleen het instituut kerk, daar kunnen ze niet altijd meer wat mee. Maar stoppen met geloven, definitief zeggen dat er geen God is, dat komt veel minder vaak voor. Vaak hoor ik dan ‘ik weet het niet, maar als het moeilijk is, ja, dan denk ik toch wel eens dat er wel een God is, want dan bid ik ook nog wel’ En zo zit er ergens nog een kern, een zaadje, een beetje geloof dat levend blijft. ‘Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat’ zo staat in Openbaring. Heel concreet zijn die woorden toen geschreven voor mensen die echt moesten strijden om te kunnen en mogen geloven, omdat andere mensen hen er soms met geweld van af wilden brengen. Wij hoeven gelukkig die strijd zo niet te leveren in ons land. Maar op een andere manier kan het soms wel heel moeilijk zijn om te blijven geloven. Ook dan kan het een overwinning zijn om te blijven geloven. Het mooie vooruitzicht van de levensboom in het paradijs kan dan heel erg helpen. Want juist die boom is er voor als het leven moeilijk is, de dood in het leven komt. Dan komt het aan op volhouden. En dan komt dus ook die boom in zicht. Het loont dus wel degelijk om te blijven geloven in God.

Vraag: Hoe kun je anderen helpen om te blijven geloven in God, juist als het moeilijk is?

Gebed: Heer, geef ons de kracht om vol te houden te blijven geloven in u. En help ons om anderen te ondersteunen in hun geloof, om te blijven volhouden.

 

Dag 6

Lezen: Psalm 5

Stille tijd is een gewoonte die gemakkelijk vergeten kan worden, vooral als we hier nog geen hoge prioriteit aan hebben toegekend. Het is zo verleidelijk om onze levens gewoon met het alledaagse verkeer te laten mee bewegen en om te vergeten dat we af en toe de benzinetank moeten bijvullen om weer verder te kunnen gaan. Misschien hebben we wel al een goed idee van de Bijbel, de gebruiksaanwijzing voor het leven, maar zonder een dagelijkse stop bij het tankstation lopen we het gevaar dat we zonder brandstof langs de weg komen te staan. Jazeker, we kunnen altijd Gods "hulpdiensten" opbellen, maar waarom zouden we er niet gewoon voor zorgen dat we op een dergelijke noodsituatie zijn voorbereid? Koning David ging dagelijks op zoek naar God voordat hij zich in de strijd waagde. Misschien ken je wel de bekende melodie voor de woorden van Psalm 5. Als dat zo is, zing het dan gewoon eens:


"Heer, zie mij aan, want met mij klachten
kom ik tot U bij ’t morgenlicht
en buig mij voor uw aangezicht.
Ik leg U voor al mijn gedachten,
blijf U verwachten."


Als we elke dag stille tijd uittrekken om Hem op te zoeken, dan zal dat ons er aan herinneren dat we elke dag van Hem afhankelijk zijn! Als we Hem in de ochtend opzoeken dan geven we de controle over de dag aan Hem over voordat deze volledig onbestuurbaar raakt, en dit is de beste manier om er zeker van te zijn dat we klaar zijn voor wat ons op die dag ook kan overkomen.

Vraag:   Wat heeft God u willen leren uit Psalm 5?

Gebed:  Heer, wilt U mijn hart altijd open zetten voor de ontmoeting met U. ... Amen.

 

Dag 7

Lezen: 1 Timotheüs 4: 1 – 10

Paulus snapt er niets van. Dan heb je zoiets geweldigs moois als gemeente, namelijk kennis van Jezus, van God en zijn liefde. En dan luisteren mensen toch naar leugenaars en dwaalgeesten. Hoe is het toch mogelijk dat mensen zich van de kostelijke en kostbare waarheid afkeren? Het is blijkbaar moeilijk voor ons om helemaal aangewezen te zijn op Jezus en zijn liefde. We doen het liever zelf. Of we denken dat we het zelf misschien wel beter kunnen?
In heel de Griekse wereld stond de sportbeoefening in hoog aanzien. Ook in Efeze zag je altijd mensen bezig met trainen. Maar ook vandaag de dag in Nederland wordt een heel wat af gesport en doen we van alles om goed in conditie te blijven. We fietsen, hardlopen, voetballen, zwemmen en allemaal om een beetje in vorm te blijven, het voelt goed als je lekker fit bent. Dat is prima en goed, maar het nut daarvan is beperkt. De oefeningen in een leven naar Gods bedoelingen gaat er ver boven uit. Je traint je zelf dan al voor het eeuwige leven (vs 7b en8). Dat zal immers daarin bestaan dat heel ons bestaan aan Gods wil beantwoord. Een goed discipel van Jezus zal gekenmerkt worden door deze training in een leven met de Heer. Paulus’ eigen leven wordt helemaal bepaald door deze oefening Hij wil daarvoor zwoegen en strijden. Want hij weet dat het voor een goede zaak is. Maar hard oefenen is het wel, zelfs voor zo’n beroepsgelovige als Paulus is!

Vraag:  Wat zou u willen oefenen in uw geloof?

Gebed: Vader in de hemel, ik dank U dat U al uw kinderen toerust voor hun taak in de gemeente. Ook mij ... Amen.

 

Dag 8

Lezen: Efeziers 4:3-6

De eenheid bewaren, dat is de kern van de opdracht die Paulus geeft in dit gedeelte. Uiteindelijk zijn we als gelovigen één lichaam. We geloven in één God, we delen één geloof en één doop. Dat betekent dat alle diversiteit, alle verscheidenheid, alle verschil er uiteindelijk niet toe doet. Dat is misschien wel het allerbelangrijkste om voor ogen te houden als we samen willen blijven groeien als gemeente van Christus: dat al onze talenten samengevoegd één worden, dat al onze verschillende manier van geloven uiteindelijk één God dienen. Niet de verscheidenheid, maar de eenheid telt. En in die eenheid mogen we blijven groeien.

Vraag: Hoe kunt u bijdragen aan de eenheid van de christenen in ons dorp?

Gebed: Dank God, voor al die andere gelovigen, die mij leren dat er zoveel manieren zijn om u te aanbidden en in u te geloven. Dank God, dat ik samen met hen één mag zijn, en samen met hen in u mag geloven.