Mijn geloofsgetuige is mijn opa Janse PDF Afdrukken
Geschreven door N. van Dijk   
maandag, 12 juli 2010 20:34

Mijn geloofsgetuige is mijn Opa Janse, de vader van mijn moeder. Op een foto leek hij een strenge man. Toch was hij dat helemaal niet. Hij was juist lief, altijd behulpzaam en mild in zijn oordeel. Hij was een man met oprechte aandacht voor een ander. Zo ook voor mij, zijn kleindochter.

Toen ik 13 jaar was, was mijn opa al sterk aan het dementeren. De dingen waarover ik wil vertellen zijn dus uit de periode ervoor: drie dingen die mij altijd bijgebleven zijn. Drie dingen die mijn Opa mij heeft geleerd. Het lijken eenvoudige gebeurtenissen, maar voor mij zijn ze heel belangrijk gebleken.

Als mijn opa en oma kwamen logeren, en dat gebeurde enkele malen per jaar, bleven ze vaak wel twee weken. Ze hielpen mijn moeder dan met de schoonmaak en andere grote klussen waar zijzelf niet altijd aan toe kwam.
Ik vond het geweldig als ze er waren. Elke middag, als ik uit school kwam (ik was toen 6 jaar) legde mijn opa het werk aan de kant en mocht ik bij hem op schoot luisteren naar zijn versjes. Opa had een zachte, bijna tere stem. Hij was geen groot verteller, maar wel de opa van de versjes. Spelenderwijs wilde hij mij zo Bijbelkennis bijbrengen. Dat deed hij door een Bijbels alfabet op te zeggen in rijmvorm. “Ja kindje,” zei hij dan, “als je alle antwoorden van dit versje kent, dan weet je al heel wat van de Bijbel.” Elke dag herhaalde hij dit alfabet en op den duur kende ik het uit m’n hoofd. Nooit heb ik het opgeschreven en nog steeds kan ik alles zo opzeggen: A was een man die in Kanaän mocht wonen, B was van Jacob de jongste der zonen, C, hoewel hoofdman, viel Petrus te voet, D werd door God bij de leeuwen behoed… en zo verder tot het slot: IJ zegt Salomo, ’t is al beneden, Z had twee zonen die de Heiland beleden. Zo leerde mijn opa mij de waarde van kennis. [Het volledige Bijbelse alfabet staat elders in de rubriek Manna.]

Een jaar later, 7 was ik toen, waren we een keer bij opa en oma thuis, in Middelburg. Ik speelde daar met één vinger psalm 42 op het harmonium. “O,” zei Opa, “dat lied ken ik wel: “t Hijgend hert der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar ’t genot van de frisse waterstromen, dan mijn ziel verlangt naar God.” “Nee,” zei ik,” zo gaat het niet opa, ik heb het anders geleerd (want inmiddels leerde ik op school de nieuwe berijming). Het gaat zo: Evenals een moede hinde naar het klare water smacht schreeuwt mijn ziel om God te vinden, die ik ademloos verwacht.” “Maar dat zijn veel mooiere woorden.” zei Opa. “Daar voel ik veel meer bij: een moede hinde die smacht naar het klare water. Wat mooi! Wil jij mij die woorden leren? Elke keer als je me ziet moet je het voor me zingen.” En zo gebeurde het. Ik zong het, net zo lang tot Opa het helemaal mee kon zingen. En toen dat zover was zei hij : “Kindje, wat ben ik blij dat je mij dit lied hebt geleerd.” En ik zag dat hij dat meende. Zo leerde hij mij de blijdschap door een lied.

Enkele jaren daarna, ik was inmiddels 11 jaar, kwam ik op woensdagmiddag wat later thuis uit school. Opa  logeerde weer bij ons. Ik was later, omdat ik na schooltijd nog Franse les had gehad. Mijn moeder had een paar boterhammen voor me laten staan en ik at dus later dan de anderen. Opa kwam bij me zitten, zomaar voor de gezelligheid. We praatten wat over de Franse les. Maar ik kreeg zin in het brood, dus ik zei: “Even bidden, hoor.” Toen keek mijn opa mij aan met een verontwaardigde blik en zei: “Even? Heb je maar even voor God? Terwijl God er altijd voor ons is? Lieve kind, neem altijd de tijd voor een gebed. Daar zul je nooit spijt van krijgen. Het brengt je heel dicht bij God.”Zo leerde hij mij de eerbied bij het gebed.

Deze drie dingen zal ik nooit vergeten: de waarde van kennis, de blijdschap door een lied en de eerbied bij het gebed. Hij was de man die mij dit voorleefde in een oprechte vroomheid, waarvoor ik een diep respect heb. Denk nooit als opa of oma dat kleine dingen er niet toe doen. Ze lijken soms klein, maar voor een kind kunnen ze heel groot zijn en van blijvende waarde.

Toen ik 19 jaar was, is mijn opa gestorven, moe en uitgeput. Wij hielden veel van elkaar en kenden elkaar heel goed, al herkende hij mij al jaren niet meer. In de rouwdienst is uit psalm 42 gezongen, want die psalm verwoordde Opa’s verlangen het mooist: Evenals een moede hinde naar het klare water smacht, schreeuwt mijn ziel om God te vinden die ik ademloos verwacht…

Nely van Dijk