Kerk kroniek - deel 43 - Overgetypte preken en een oogje in het zeil houden
Geschreven door Henk de Bruin   

We schrijven 1947, het jaar dat de Nederlandse regering militairen voor actieve dienst ging inzetten om politionele acties uit te voeren in het voormalige Nederlands - Indië. Ook verschillende Bleiswijkers moesten er aan deel nemen. Naar aanleiding daarvan heeft de kerkenraad op 15 januari 1948 besloten om eerst na overleg met de ouders, de preken van dominee Kamper over te typen en samen met het soldatenblad "Onze Banier" op kosten van de kerk op te sturen naar de aldaar verblijvende militairen. Maar ook voor de militairen die hier in Nederland als dienstplichtige hun dienst moesten vervullen hield de kerk een oogje in het zeil.  De scriba schrijft: "Een brief ontvangen van de kerkenraad van Bergen op Zoom, dat  een militair uit Bleiswijk, gelegerd  in dat garnizoen niet op de catechisatie wilde  komen. Er zal een schrijven aan die kerkenraad verstuurd worden met de mededeling dat er met de ouders van de betreffende persoon een gesprek zal volgen." Eind van de jaren 40 kwam er ook een kerkenraadbesluit om wanneer men gezondigd had tegen het zevende gebod, men niet meer voor de gehele kerkenraad hoefde te verschijnen om schuld te belijden, maar was een bezoek bij de dominee in de pastorie met de aanwezigheid van twee ouderlingen (al) voldoende. Er kon daarna in de kerk getrouwd worden. Maar ook dan werd men met niet mis te verstane bewoordingen op de ernst van deze zonde gewezen en werd het bij de afkondigingen in de kerk bekendgemaakt. De scriba schrijft naar aanleiding van zonde tegen het zevende gebod: "De praesis spreekt zijn droefheid en zijn dankbaarheid uit. Droefheid om dat hiermede Gods naam en Gemeente gelasterd wordt en dankbaarheid dat men hierover schuld wil belijden." Voor de ouders was het ook een treurige zaak en het gesprek hierover ging al gauw van mond tot mond. Iemand vertrouwde mij eens toe, dat het voor haar ouders al heel veel uitmaakte - toen zij met de boodschap kwam dat ze in verwachting was - of ze al langer met deze zonde had geleefd of dat het haar plotseling was overkomen. Dus 'verzachtende' omstandigheden deden er toe en het is nog maar de vraag waar je dan voor kiest. Hoe dan ook, het was niet best als het je overkwam. Maatschappelijk was het een groot probleem omdat er niet of onvoldoende huisvesting was en voor de kerk was het een grote zonde waardoor je dan ook de nodige consequenties moest aanvaarden. Een en ander  zal zeker in die jaren voor allen die het 'overkwam' een (z)ware afgang geweest zijn.

Geen dansvloer op het feestterrein

Het waren ook de jaren - toen het woord secularisatie nog nauwelijks betekenis had - dat er door de kerken ook op maatschappelijk terrein een bepaalde invloed uitgeoefend kon worden. Zo vermeldt de scriba in de notulen van juni 1948: "Ontvangen een schrijven van het bestuur van de Oranje-vereniging van Bleiswijk met het verzoek aan Dominee Kamper, om op dinsdagavond 27 augustus een dankstond te houden in verband met het 50 jarig regering jubileum van onze Koningin Wilhelmina. Na bespreking besluit de vergadering om hieraan te voldoen, onder voorwaarde dat op het feestterrein van 25 en 26 augustus dan geen dansvloer geplaatst wordt. Hiervan zal schriftelijk de Oranje-vereniging in kennis worden gesteld!" Er wordt door de scriba niet vermeld of er ook aan deze voorwaarde is voldaan. We moeten daarbij wel opmerken dat  het in die jaren zeker niet bekrompen was of hoe je het ook noemen wil – wat je nu, anno 2015 zou kunnen zeggen. Er waren twee belangrijke zaken waarvan je je als christen verre diende te  houden. Dat was het kaarten en zeker als het om geld ging zoals bijv. klaverjassen; dat was immers het spel van de duivel. En ook dansen hoorde in die categorie. De zwoele sfeer op de dansvloer en daarbij het 'buik aan buik geschuifel' - zoals men dat toen wel erg plastisch benoemde - vond men maar niks, daar kon immers ook van alles van komen. We konden er thuis niet over te praten, het was gewoon niet bespreekbaar. De Gereformeerde kerk was in die jaren ook wel enigszins een gesloten geloofsgemeenschap. De scriba vermeldt dat er een brief ontvangen was van een persoon die zich wilde aansluiten bij de gereformeerde kerk. Maar na een bezoek aan deze persoon door twee ouderlingen, waarbij de vraag centraal stond wat de beweegredenen waren, om te komen tot de gemeenschap der Gereformeerde Kerk, werd er door deze persoon toch maar vanaf gezien. Er werden waarschijnlijk eisen gesteld waaraan niet kon worden voldaan. Het zijn nu anno 2015 zaken waar - door veranderde inzichten en/of bijstellingen mogelijk ook een beetje veroorzaakt door de secularisatie - er wat anders mee omgegaan wordt.

De Psalmen ritmisch zingen en ook wat korter preken

Vanaf de doleantie in 1889 tot 1950 van de vorige eeuw is er aan de erediensten niet veel veranderd in de Gereformeerde kerk van Bleiswijk. Na 1950 komt daar toch - zei het nog maar schoorvoetend - enige verandering in. De 150 psalmen en de twaalf gezangen  uit het bundeltje 'Enige gezangen' - die hoofdzakelijk gebruikt werden op kerkelijke hoogtijdagen - werden tot dan toe nog met hele en halve noten gezongen. De scriba vermeldt in de notulen van 3 april 1950: "Besproken en besloten werd om enkele bekende Psalmen zo nu en dan in het vervolg ritmisch te zingen." Men gebruikte daarbij de richtlijnen van de stichting tot verbetering van het psalmgezang in de Gereformeerde Kerken. Ook werden de kerkdiensten korter en hoefden niet noodzakelijkerwijs anderhalf uur te duren, maar dat had natuurlijk ook voor een groot deel te maken met de komst van dominee Kamper, die toch  ten opzichte van dominee Tiemersma tot een volgende generatie behoorde en daar zeer waarschijnlijk ook een andere mening over had. Tenslotte nog, dat je soms ook voor een eenvoudige oplossing kan kiezen bewijst de scriba wel wanneer hij naar aanleiding van het besluit om over te gaan op zgn. doorgeef collecten zakken, op 5 juni 1950 het volgende notuleert: "Tevens besluit de vergadering om een tafeltje aan te schaffen met 4 gaatjes erin, voor het ophangen van de collecten zakken." Met een knipoog naar ons nieuwe en fraai liturgisch meubilair, hoe eenvoudig wilt u het hebben?

Henk de Bruin