Kerk kroniek - deel 42 - Proces-verbaal opgemaakt tegen twee leden van de kerkenraad
Geschreven door Henk de Bruin   

Bovenstaande aanhef heeft betrekking op een korte opvallende aantekening geschreven door de scriba, achter de rode kantlijn van het notulenboek, daterend 12 september 1947. Het werd steeds duidelijker dat er naar aanleiding van dat korte zinnetje , zo snel mogelijk stappen ondernomen moesten worden. De werkzaamheden in de pastorie waren immers noodgedwongen stilgelegd en de vraag is dan natuurlijk, hoe nu verder. De scriba schrijft vervolgens: ''Op donderdag 11 september zijn er twee heren van de opsporingsdienst geweest welken proces-verbaal hebben opgemaakt tegen de Praesis en de Scriba en de twee bouwers. Dit proces-verbaal zal worden opgestuurd naar de officier van Justitie te Rotterdam." De eerste prioriteit is dan natuurlijk om advies te vragen aan een jurist. Gelukkig waren er in die tijd ook juristen die zich nauw betrokken voelden bij het kerkelijke gebeuren en ook nog van gereformeerde origine waren - wat in die tijd zeker een voorkeur van belang was - zo was de keus voor wat betreft de juridische informatie en/of bijstand snel gemaakt. De preses en een van de bouwers waren op bezoek geweest bij een advocaat/procureur in Gouda, om zich te laten voorlichten. Het eerste wat aangeraden werd was, om contact op te nemen met de deputaten benoemd door de Gen Synode, voor correspondentie met de Hoge Overheid (destijds ingesteld door de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken, ter bevordering van een beter contact met de overheid). Die advocaat liet korte tijd later weten, zijn best te zullen doen om alles zo snel mogelijk afgehandeld te krijgen. Maar vond wel dat de kerkenraad en de bouwers erg nalatig waren geweest om niet voldoende te hebben geïnformeerd naar de nodige zaken zoals een vergunning e.d. Het was nu een kwestie van tijd en afwachten hoe de zaak verder zou aflopen en natuurlijk spannend want er waren zeker ook strafrechtelijke consequenties aan verbonden.

Had het commissielid hier misschien toch een 'punt'?

Terwijl het proces-verbaal nog voor de rechter moest komen, kwamen er meningen van mensen uit de kerkelijke gemeente die vonden dat het bijna niet haalbaar was om de pastorie te gaan verbouwen. Het lijkt erop dat er op de leden vergadering van 12 juni 1947 niet serieus geluisterd is (of misschien juist wel). De scriba vermeldt in de notulen dat er met algemene stemmen besloten is om renovatie van de oude pastorie te laten uitvoeren, maar na een half jaar wordt er toch nog even op terug gekomen. Een van de deskundigen die ook lid is van de Commissie van Beheer komt op de kerkenraadvergadering van 15 januari 1948 met het voorstel om een bouwcommissie te benoemen en een vergunning aan te vragen. En dan met rijkssubsidie toch maar een nieuwe pastorie te bouwen, omdat renovatie niet de goede oplossing is. En hij is zo overtuigd van zijn gelijk dat, als de vergadering hier niet voor te vinden is, hij zal bedanken als lid van de Commissie van Beheer. Dan schrijft de scriba om een en ander nog eens toe te lichten: ''Na breedvoerige besprekingen, waarin naar voren kwam, dat de ambtenaren van de wederopbouw geen toestemming wilde geven om het oude gebouw (de pastorie) af te breken, dat toen door de kerkenraad na rijp beraad met de Commissie van Beheer (zie de notulen) met algemene stemmen besloten heeft om over te gaan tot herbouw." Of het commissielid hier toch een 'punt' heeft, of dat er op de achtergrond nog andere belangen een rol speelden, daar kan ik niet goed achter komen. Als het over het verlenen van een vergunning voor nieuwbouw gaat, wordt het allemaal een beetje schimmig en vaag; in de notulen waar naar verwezen wordt door de scriba, is er niet goed en duidelijk over geschreven. We moeten het daarom maar in het 'midden' laten en er vanuit gaan dat het allemaal en door iedereen om bestwil is gebeurd. De kerkenraad krijgt het voordeel van de twijfel. Er moest nu wel weer een commissie bestaande uit twee personen benoemd worden die er op uit gestuurd werd om de boze broeder(s) wat milder gestemd te krijgen. Het commissielid was echter niet te overtuigen en bleef bij zijn beslissing. Ja, de eerste twee jaar na de oorlog waren toch ook wel weer - door allerlei verwikkelingen - 'bewogen' jaren voor de Gereformeerde Kerk van Bleiswijk.

Het eerste kerkblad

Eind 1947 werd ook het eerste kerkblad - met een voorlopige proeftijd van een jaar - uitgegeven met de naam "Kerkbode" en ging eens in de veertien dagen verschijnen, onder redactie van dominee Kamper. Het eerste exemplaar was een proefnummer en tevens het kerstnummer. Het blad werd binnen eigen kring gestencild en mocht niet meer kosten dan f250.- tot- f300.-per jaar. "Bleiswijks boekhandel" ging het verzorgen en uitgeven. Bij het rondbrengen werd er aangebeld en kon men d.m.v. een busje naar vermogen een bijdrage leveren voor de onkosten . Als ons "Mededelingenblad" van nu op uw deurmat valt, zijn de kerstdagen ook weer in aantocht. Dominee Kamper schreef zijn eerste meditatie in de eerste "Kerkbode" omstreeks deze dagen, bijna 70 jaar geleden. Ik wil het schrijven van dit stukje besluiten met enkele regels vanaf het begin van die meditatie. Er staat boven: "Gods Kerstgeschenk voor ons"
"Terwijl het jaar wegsterft, maken wij ons op om feest te vieren. De grauwe eentonigheid der Decemberdagen met hun lage regenluchten of dikke koude mist, wordt onderbroken door een blij gebeuren, twinkelend en sprankelend van leven. Het gaat Kerstmis worden. Maar heeft het nog wel zin om in de wereld van nu, Christus geboortefeest te vieren? Heeft het nog wel nut, dat wij zingen:
"Daar is uit 's werelds duistere wolken, een licht der lichten opgegaan?" Het "Vrede op aarde" is immers maar een sprookje. De harde werkelijkheid leert je wel anders. Wat je ziet is een kapot geslagen wereld nog bloedend uit duizend wonden, geef je ogen maar de kost en vertel me dan maar wat je ziet!"
Tot zover enkele regels uit die meditatie. Het heeft allemaal nogal een sombere ondertoon. Begrijpelijk, want de ellende van de voorbije jaren was ook nog dagelijks voelbaar. De meditatie wordt dan beëindigd met een vers uit een oud kerstlied: "Geloofd zij God, die ons bemint. Om Hem in ons behagen vindt. Hij gaf ons in den Zaal’gen nacht. Den Redder, eeuwen lang verwacht."'En terwijl ik de laatste regels schrijf denk ik: Nu, bijna 70 jaar later bloeden er nog en weer opnieuw duizend wonden, de wereld is niet mooier geworden!

Henk de Bruin