Kerk Kroniek - deel 38 - Een mokerslag die nog lang zou nadreunen
Geschreven door Henk de Bruin   

De vijf jaren van de bezetting waren voor het hele Nederlandse volk rampzalig en vooral de laatste twee jaar is er, zoals ik al in het vorige stukje schreef, onvoorstelbaar veel geleden. Voor de Gereformeerde Kerken in Nederland kwam daar nog een extra dreun bij. Want 1944 was ook het jaar dat prof. dr. Klaas Schilder werd geschorst waarna hij zich vrij maakte als hoogleraar te Kampen en als emeritus predikant te Rotterdam-Delfshaven. Hier waren al lange jaren van theologische polemiek, (een pennenstrijd over theologische inzichten en meningsverschillen, voornamelijk over de doop en verbondsopvattingen -leerstellingen van dr. Abraham. Kuyper aan vooraf gegaan). Merkwaardig en voor velen verbijsterend, kon de oorlog met alle ellende van dien, daar geen vermindering of einde aan maken.

Acte van Vrijmaking en Wederkeer

Schilder was voor veel gereformeerden een enfant terrible en daardoor was op den duur zijn positie onhoudbaar geworden en moest de synode wel tot schorsing overgaan. Er werd echter steeds de hoop uitgesproken dat de schorsing voor korte duur zou zijn, maar prof. Schilder zette door. Elf augustus 1944 las Schilder in de Lutherse Burgwalkerk in Den Haag de “Acte van Vrijmaking en Wederkeer” voor; zich beroepend op art 31 van de Dordtse Kerkorde waar staat dat een besluit van bijv. een Synodevergadering vast en bondig is, tenzij het in strijd is met Gods Woord. En daarmee was de grootschalige kerkelijke breuk een feit geworden en ook de polarisatie was niet meer tegen te houden en nam – geheel tegen de wil van Schilder – hand over hand toe. Het deed Gereformeerd Nederland op zijn fundamenten schudden, men vond het een revolutionaire beweging en het moest met alle kracht worden tegengegaan; helaas, het proces was niet meer te stoppen. De afgesplitste vleugel werd eerst Gereformeerde Kerken (onderhoudend art 31) genoemd, later werd het Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). In de volksmond “artikel eenendertigerts” .

Schorsing en afzetting van predikanten en schismatieke kerkenraden

De kerkscheuring heeft voor velen tot groot verdriet en onzekerheid geleid. Men kon immers bijv. ook binnen het gezin kiezen om tot de ene of tot de andere vleugel te willen behoren. En dat leidde er toe dat families uit elkaar vielen en werden gezinnen er soms door uit elkaar getrokken, want het ging er juist door de polarisatie allemaal nogal heftig en fanatiek aan toe, zo konden er twee kerkelijke stromingen ontstaan; de synodalen en de vrijgemaakten. Er kwamen voor de afgescheiden kerk eigen scholen en een eigen krant en eigen verenigingen, een eigen politieke partij en een eigen predikanten opleiding. Zelfs op de werkvloer onbrak het niet aan ongezonde spanning, men kon elkaar eigenlijk niet meer verdragen, kortom 'de Acte van Vrijmaking' heeft heel wat teweeg gebracht. Aan de Gereformeerde Kerk van Bleiswijk is de kerkscheuring voorbij gegaan. In Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs was de splitsing al vrij snel een feit. Hoewel mijn ouders ook zeer bij de kerk betrokken waren, kan ik mij niet herinneren dat er 'binnenskamers' ooit over gesproken is; je moet toch wel over heel veel theologische bagage beschikken om een eigen keuze te kunnen maken als het over zulke moeilijke maar zeker wezenlijke geloofsvragen gaat. Wij zijn er als opgroeiende kinderen in elk geval nooit mee geconfronteerd. Wat niet wil zeggen dat men er hier in Bleiswijk helemaal niets van heeft gemerkt. Regelmatig maakt de scriba melding van binnengekomen berichten (soms wel vier of vijf tegelijk) van predikanten die afgezet of geschorst zijn en van schismatieke kerkenraden die overgegaan zijn naar de afgescheiden kerk en ook de Bleiswijkse kerkenraad probeerde te overtuigen van hun gelijk. Die berichtgeving was geheel tegen de gebruikelijke procedure in en ging niet via de generale synode maar werd rechtstreeks met een eigen geschreven tekst – om nog meer kracht bij te zetten voor hun beslissing – aan de synodale kerkenraden bekend gemaakt.

De koers van de Generale Synode

Telkens maar weer moest dominee Tiemersma de koers van de synode verdedigen en de kerkenraad overtuigen van de juistheid hiervan. De neuzen van de kerkenraadsleden moesten immers altijd dezelfde kant op blijven wijzen. Het probleem werd dan ook binnen de kerkenraad uitvoerig besproken en afhandelend besloten met: “We hebben er met droefheid kennis van genomen, maar tevens wordt met blijdschap geconstateerd dat de Generale Synode koers houdt!“ Als ik de verslagen uit deze periode doorlees denk ik wel eens, wat zal dominee Tiemersma, kennis en overtuigingskracht hebben gehad om in zo’n moeilijke en verwarde tijd, leiding te geven aan een kerkenraad. Het is dan ook m.i. hoofdzakelijk de verdienste van deze dominee geweest dat er in Bleiswijk geen splitsing heeft plaats gevonden. En dan tenslotte de vraag hoelang die mokerslag nog zal nadreunen en of het ooit weer goed komt. Tot op de dag van vandaag is er na bijna 70 jaar, ondanks verschillende zwakke signalen die soms wel in die richting wijzen, nog geen verbroedering of zelfs ’n eenwording in beperkte zin, of ook maar iets wat daarop lijkt, tot stand gekomen; helaas!

Henk de Bruin