Kerk Kroniek - deel 37 - De kerk in de oorlogsjaren (3), honger en kou
Geschreven door Henk de Bruin   

Het laatste oorlogsjaar 1944 vormde de climax van alle ellende, het kon bijna niet erger. De kerk kon nog maar een beetje verwarmd worden en dan zo kort mogelijk, want er waren bijna geen kolen meer beschikbaar. De scriba schrijft: “T.a.v. de avondmaalsdienst wordt besloten in de morgendienst geen voorbereidende predicatie te houden, dit ter bekorting van de dienst in verband met het kolen gebrek. Eveneens wordt in verband met het laatst genoemde besloten de voor-, tussen- en naspelen voorlopig af te schaffen!“ Hier kwam men toch al gauw op terug want geen voorspel te laten spelen door de organist maakte het zingen er niet makkelijker op, men vond het eigenlijk maar niks. Kort na deze beslissing besloot men om dan hooguit twee maten te laten voorspelen. De scriba vermeldt verder: “In verband met de grote nood van ons volk is er besloten om op woensdag 13 dec 1944 een gebedsuur te houden en den Heere de nood op te dragen”. En de nood was groot, ongekend groot, vanwege de honger en de kou.

Het opnemen van kinderen uit Rotterdam en suikerbieten

De scriba schrijft op dec 1944: “Broeders diakenen brengen een verzoek over van de diaconie der Geref kerk van R’dam-Delfshaven om alle steun te willen verlenen bij de poging tot aankoop van 5 en zo mogelijk 10 ton suikerbieten. Br C.J. Biemond zal trachten deze hoeveelheid bij elkaar te krijgen, waarbij hij de volle steun van de kerkenraad heeft.” Suikerbieten was voor de meeste mensen, en zeker in de grote steden naast een voedselrantsoen van één brood en één kilo aardappelen per week per persoon, nog het enige bijvoedsel om een beetje in leven te blijven. Maar ja, suikerbieten bevatten blauwzuur, een giftige stof, wat zeker op uitgehongerde mensen een slechte invloed gehad moet hebben. Ook in Bleiswijk werd stroop van suikerbieten gegeten als broodbeleg en hongeroedeem (opgezette ledematen. t.g.v. slecht en weinig eten) kwam hier ook bij een enkeling voor.

In het laatste oorlogsjaar kwamen landelijk ± 16.000 mensen om van de honger. Op 22 dec 1944 schrijft de scriba: “Een schrijven ontvangen van de noodhulp - commissie der Geref Kerk van Rotterdam-Centrum inhoudende een verzoek om hulp bij het plaatsen van kinderen in plattelands gezinnen en steun in naturalia. Besloten wordt om aan de broeders diakenen de regeling van het een en het ander over te laten." Af en toe kon de diaconie over een zak tarwe beschikken wat verdeeld moest worden onder de kerkleden die door ouderdom of ziekte niet meer naar buiten konden komen. Enkele zondagen konden er zelfs helemaal geen kerkdiensten gehouden worden in verband met de razzia’s (burgers arresteren voor de arbeitseinsatz in Duitsland). De scriba schrijft op 23 maart 1945: “De praesis deelt mee dat bij dominee Jongebreur - de toenmalige predikant van de Herv Kerk - een schrijven is binnen gekomen verzonden door de Interkerk - Commissie, inhoudende het verzoek om een gezamenlijke bidstond voor de nood der tijden te houden. Besloten wordt aan dit verzoek te voldoen en in overleg met de kerkenraad der Ned. Herv. Kerk en met de pastoor der Rooms-Katholieke Kerk een tijdstip vast te stellen.

Maar ondanks de goed geoliede oorlogsmachine van de Duitsers waar geheimhouding van berichtgeving de hoogste prioriteit had, wist men toch met enige regelmaat de bezettende macht 'voor' te zijn, de scriba schrijft: “De Duitsers hebben ernstige plannen om op het geld van de diaconieën beslag te leggen. De kerkenraad heeft besloten om f 2.500,- over te brengen op de rek van de kerk, zodat de diaconie dan vrijwel niets meer in kas heeft en de buit voor de Duitsers vrij schraal zal zijn, later als de bezettende macht verdwenen is zal het bedrag weer terug gestort worden op de rek van de diaconie.” Ook als er door de bezettende macht een razzia gepland was ging het als een lopend vuurtje door het dorp en zocht men de toevlucht elders en vaak ook in de polder. Bleiswijk is op een enkel familiedrama na, redelijk door de oorlog heen gekomen, zeker ook wat de materiële schade betreft. Voor een aantal personen had het toch nog op een drama kunnen uitlopen en dat scheelde, getuige de onderstaande beschrijving maar heel weinig.

Een voorbarige feeststemming

Om nog maar even in de oorlogssfeer te blijven, een persoonlijke herinnering, die onuitwisbaar in mijn geheugen is blijven haken. Het is dinsdag 5 september 'dolle dinsdag' 1944, Nederland verkeert in een voorbarige feeststemming, de oorlog lijkt voorbij. Niemand was zich schijnbaar bewust van het gevaar dat de Duitsers, met het uitzicht op capitulatie nog steeds hard konden toeslaan. Er waren tijdens de oorlogsjaren bijna overal in het land Knokploegen ontstaan met de naam B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten) en werd in de volksmond ook wel 'ondergrondse' genoemd, om waar mogelijk te infiltreren en/of gewapend verzet te bieden. Bleiswijk kende ook zo’n afdeling en mijn vader deed daar actief in mee. Op zondagmiddag 10 september 1944, kregen de leden van de groep voor het eerst in het openbaar een exercitie training op het schoolplein van de O.L. school en een klein aantal voorbijgangers bleven even staan om te kijken. Die training was nodig om bij een eventuele parade bij bevrijdingsdag goed 'in de pas' te kunnen lopen. Het uniform bestond uit een blauwe overall, een helm en om de linkerarm een oranje band. De ploeg was gewapend met stenguns (pistoolmitrailleurs).

Göringtroepen - en op het nippertje aan een bloedbad ontkomen

Terwijl de groep op het schoolplein opgesteld stond om aan de exercitie te beginnen, kwam een hoge Duitse officier, die bij dokter Karreman (de huisarts) ingekwartierd was naar het schoolplein, met de mededeling dat er (op het nu voormalige vliegveld Ypenburg) Göring troepen waren geland, tot de tanden gewapend en richting Bleiswijk kwamen en verzocht hen om alles zo snel mogelijk op te ruimen en naar huis te gaan, omdat het anders zeker een bloedbad zou worden: “De oorlog is voorbij, wij hebben verloren en verder bloedvergieten is zinloos!” had de Duitse officier gezegd; gelukkig namen de mannen van de Knokploeg die waarschuwing ter harte. Göring troepen (zo genoemd naar Hermann Göring de gedoodverfde opvolger van Adolf Hitler) was een luchtlandingsdivisie en bestond uit Duitse jongemannen van 17/18 jaar en kwamen voort uit de zgn. Hitlerjugend, waren volledig geïndoctrineerd en fanatiek tot op het bot, maar daardoor ook bereid tot elke prijs. Ingesloten op het schoolplein met maar weinig vluchtgelegenheid zou de groep ’n eenvoudig doelwit voor een moordpartij geweest zijn. Korte tijd later kwamen de Duitsers op de fiets het dorp binnen en gingen bij het toen schuin tegenover gelegen café met de toepasselijke naam “Rust even” ‘de bloemetjes buiten zetten'.

Zo is Bleiswijk op het nippertje ontsnapt aan een bloedbad, anders had mijn vader en zijn mede Knokploegmaten de echte bevrijding waarschijnlijk niet meegemaakt. Ik was, hoewel nog erg jong, een van de ooggetuigen van deze gebeurtenis en waarschijnlijk een van de zeer weinigen dit het zich kan herinneren, omdat het hele gebeuren maar zeer kort heeft geduurd. Maar ik ben de Duitse generalmajor nog steeds dankbaar. Met bevrijdingsdag komt hij in mijn gedachten nog altijd even langs.

Henk de Bruin.