Kerk kroniek - deel 35 - Het van Waningsfonds, oorlogsjaren (1) en de luidklok
Geschreven door Henk de Bruin   

Het burgemeester van Waningfonds

Burgemeester Jacob Isaac van Waning die in 1817 te Bleiswijk werd geboren en 1845 op 28 jarige leeftijd ten gevolge van longontsteking in Bleiswijk is overleden, heeft een legaat nagelaten van f 500 gulden, waarvan de rente ten goede moest komen voor de diaconie van de Hervormde Kerk. Door het nalaten van een legaat en door een van de oudste straatjes van Bleiswijk naar hem te noemen is burgemeester van Waning heel lang onder de oudere dorpelingen in de bekendheid gebleven.

Later werd ook de Gereformeerde diaconie bij dit fonds betrokken en kreeg hiervan een klein bedrag toegewezen van ± elf gulden per jaar. Er was echter een voorwaarde bij gesteld waar de broeders diakenen grote moeite mee hadden. De scriba schrijft: “Broeders diakenen vragen advies inzake het zgn. 'Van Waningfonds' waarvan onze diaconie ook een luttel bedrag is toegewezen. Waarbij als voorwaarde gesteld is door de schenker, dat de namen dergenen aan wie het zal worden geschonken, bekend zullen worden gemaakt aan de vereniging van armenverzorgers in onze gemeente en aan het gemeentebestuur. Na bespreking besloten dit niet te doen, maar aan te dringen op geheimhouding, als zijnde eisch van Christelijke barmhartigheid. De afgevaardigden van onze diaconie naar de te houden vergadering, zullen in deze geest handelen!

De kerk in de oorlogsjaren - 1

We schrijven 10 mei 1940. Waar men al zo lang voor vreesde is een feit geworden, de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken en de gevolgen zijn niet te overzien. Rotterdam is gebombardeerd er zijn heel veel slachtoffers en ook de schade aan de kerken is enorm. Regelmatig komen er aanvragen binnen om hiervoor te collecteren en vooral ook de noodzakelijke goederen te sturen wat heel hard nodig is om de eerste nood te lenigen. Hier werd ruimhartig aan voldaan want er kwamen al gauw verschillende bedankjes binnen van de Rotterdamse kerkenraden. Bleiswijk is gelukkig niet door een bombardement getroffen, maar toch werden ook hier de eerste tekenen van een oorlogssituatie al snel voelbaar.

Voor kolen om het kerkgebouw te verwarmen tijdens het komende winterseizoen, moesten er ingewikkelde formulieren aangevraagd en ingevuld worden, wat voor de broeders niet eenvoudig was. De scriba schrijft: “Daar hier nogal wat gevraagd wordt besluiten enkele broeders om dit met elkaar te doen.“ Alle huizen en gebouwen moesten verduisterd worden en natuurlijk ook het vergaderlokaal van de kerk waardoor er ’s avonds minder of geen gebruik meer van kon worden gemaakt. En ook de aanvang van de tweede kerkdiensten moesten hierdoor vervroegd worden. De huisbezoeken die zo’n grote prioriteit hadden, moesten door tijdsomstandigheden en verduistering worden herzien en uiteindelijk voor de gezinnen buiten het dorp of in de polder worden uitgesteld; de straatverlichtingen en ook die van alle andere wegen en toegangswegen mochten immers niet meer schijnen. Zelfs de fietsen moesten worden voorzien van een z.g. black-outverlichting. De huisbezoeken werden gewoonlijk te voet of op de fiets gedaan maar op onverlichte wegen fietsen onder die omstandigheden was voor de veiligheid vanzelfsprekend ondenkbaar.

De geallieerden vliegtuigen die ’s nachts overvlogen konden door die verduistering meestal geen enkel herkenningspunt waarnemen en dat was ook de bedoeling van de bezettende macht. Maar door al die regels en verordeningen, werd het maatschappelijke leven, maar zeker ook het kerkelijk leven heel erg belemmerd, voornamelijk in haar uitvoerende taak.
Op 13 september 1940 schrijft de scriba: “Bij de rondvraag deelt broeder H.H. mede, aan de Gemeente verzocht te hebben om een vergoeding van het vergaderlokaal voor gebruik door de Duitsche Weermacht voor noodziekenhuis tijdens en na de oorlog en dit is in beginsel toegestaan. Onderling was hier door de broeders een bedrag voor opgemaakt hetwelk door de penningmeester bij de Gemeente is ingediend.

Vordering van de luidklok

Geleidelijk aan werden de regels en verordeningen steeds grimmiger. Om de Duitse oorlogsindustrie te laten draaien was er veel koper en brons nodig voor het vervaardigen van allerlei wapentuig en dus werden in Nederland de luidklokken van de kerken gevorderd. Bleiswijk ontkwam daar natuurlijk ook niet aan.

luidklok vooroorlogsEnige broeders kregen daarom de opdracht om de luidklok uit de toren te laten zakken en in gereedheid te brengen om te worden opgehaald - wat een hele klus geweest moet zijn de klok woog 206 kg. Op de foto die gemaakt is door Johan Huisman is te zien dat de broeders aan die opdracht hebben voldaan.

Onder enkele oud Bleiswijkers ging echter het verhaal dat de klok, nadat hij naar beneden was gehaald, direct bij een boerderij onder balen stro is ondergebracht om zo de vordering te verijdelen en de Duitsers bakzeil te laten halen. Maar dat lijkt een beetje onzinnig want dat zou natuurlijk represailles tot gevolg gehad hebben en daar is voor zover ik heb kunnen nagaan nooit sprake van geweest.

Bij verder graven in de historie kwam ik voor de klok tot een andere ontdekking. Het juiste verhaal is daarom als volgt: Er was destijds voor deze klok gekozen omdat men het geluid zo mooi vond. De klokkengieter had het nummer van de legering in de klok gegraveerd zodat er bij eventuele vervanging door brand of anderszins, een klok met hetzelfde geluid geleverd kon worden. Dit nummer is door de broeders opgeschreven en zorgvuldig bewaard. Toen de tijd er na de oorlog rijp voor was kon er dus een klok besteld en geplaatst worden met hetzelfde geluid. En dat is de klok die na de sloop van de oude kerk, geplaatst is op de luidinstallatie van de nieuwe kerk en ons nog steeds oproept om ter kerke te gaan. De klok op de foto is dan ook aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid omgesmolten voor wapentuig.

Henk de Bruin.