Kerk Kroniek - deel 34 - In de jaren dertig
Geschreven door Henk de Bruin   

Kerkenraadsvergadering 26 februari 1934

De scriba schrijft: “Na breedvoerige bespreking wordt besloten geen biddag, doch bidstond te houden. Motief voor het opheffen van den biddag en invoeren van den bidstond is, dat in onze Ger Kerken bijna zonder uitzondering een bidstond gehouden wordt en van het houden van een biddag in den pracktijk niet veel terecht komt”.
 
Op 1 oktober 1934 beschrijft de scriba o.a. twee vreugdevolle gebeurtenissen, waaruit blijkt dat het voor de kerk niet altijd kommer en kwel hoeft te zijn; zelfs in een armoedige tijd zijn er altijd wel mensen die een reden voor dankbaarheid hebben, met de mogelijkheid omdat in geld uit te drukken. De een geeft het ten behoeve van de barmhartigheid zoals: “van de plaatselijke huisarts een gift ontvangen van f 50,- voor de diaconie met een begeleidend schrijven waarin hun dankbaarheid vermeld wordt voor de thuiskomst van hun zoontje”.
 
De ander heeft een heel ander doel voor ogen en is bereid om daar een groot bedrag voor te geven. In de notulen van 12 november wordt daar melding van gemaakt. Het gaat om voor die tijd een heel grote gift ook met een begeleidend schrijven; de scriba schrijft: “In de collecte van Zondag 11 november 1934 was ingekomen een enveloppe welke thans geopend wordt en 600 gulden blijkt te bevatten met een bijgevoegd schrijven waarin bepaald wordt dat 500 gulden voor de kerk is en 100 gulden besteedt moet worden voor verandering van de groene verf van de consistorie deuren en voor de bewerking van de muren in de kerk, zodat deze niet meer afgeven - het waren met witkalk behandelde muren die bleven afgeven en schilferen en daardoor nogal wat ergernis veroorzaakte -. De ondertekening was Nomen Nescio (de gever of geefster wil onbekend blijven). De praeses spreekt zijn blijdschap en dankbaarheid uit aan den onbekende gever of geefster voor deze milde gift”. (Het grote bedrag is, na breedvoerig overleg, besteed overeenkomstig de voorwaarden van de gever of geefster). 

Overlijden van mevr G. Tiemersma – Wynia (1888-1935)

In de notulen van 3 juni 1935 vermeldt de scriba bij Ingekomen stukken: “Bericht ingekomen van het overlijden van mevr Tiemersma op zaterdag 4 mei 1935. De praeses spreekt een hartelijk woord waarin hij zijn dankbaarheid uitspreekt voor de deelneming bij de ziekte en overlijden van zijn vrouw, en de steun gedaan in de huiselijke zorgen”. Elf jaar nadat dominee Tiemersma met zijn gezin in Bleiswijk is komen wonen moest hij alleen verder met een groot gezin waar ziekten en zorgen veelvuldig aanwezig waren. Opmerkelijk is wel dat er in de voorgaande notulen niets is geschreven over de ziekte of het verloop van de ziekte bij mevr Tiemersma, haar naam wordt maar één keer genoemd bij 'ingekomen stukken'. Ongeveer 3 jaar geleden ben ik begonnen met het schrijven van deze stukjes o.a. over meester Mulder die na het ontstaan van de Geref Kerk in Bleiswijk de lerend ouderling was en in de notulen veel aan het woord kwam. Enige tijd geleden werd ik opgebeld door een verre nazaat van meester Mulder die met stamboom onderzoek bezig was en op de website van onze kerk deze stukjes gelezen had en mij vertelde dat een zoontje van meester Mulder in Bleiswijk tijdens de winter (schaatsen?) verdronken is. Hij vroeg mij of deze gebeurtenis ook in de notulen terug te vinden is. Ik moest hem teleur stellen want ook deze droevige gebeurtenis is met geen enkel woord in de kerkenraadverslagen terug te vinden. Zorgen en verdriet werden blijkbaar niet zomaar in de openbaarheid gebracht, men hield het maar liever binnenshuis. Het omzien naar elkaar was zeker wel aanwezig (de preses spreekt ook zijn dank uit voor de steun in de huiselijke zorgen) maar daarover schrijven en/of bekendheid aan geven zoals wij dat nu kennen, was helemaal niet van toepassing. Een oorzaak hiervan is wellicht het ontbreken van een kerkbode of andere bron van kerkelijke informatie. 

Preeklezen

Leesdiensten kwamen in de dertiger jaren veelvuldig voor omdat dominee Tiemersma vacaturediensten moest vervullen in de regio. Het gebeurde wel dat daardoor in de morgen en soms ook nog wel ’s avonds een preekleesdienst gehouden moest worden en twee leesdiensten op één zondag werd door menigeen - met alle respect voor de lezers, die hiervoor door de kerkenraad waren aangesteld en dus eigenlijk altijd een preek in hun binnenzak moesten hebben - begrijpelijkerwijs niet erg gewaardeerd. De scriba schrijft hierover: “In de rondvraag komt ter sprake om in plaats van preeklezen, kandidaten te laten optreden, daar er in de gemeente broeders zijn, die bereid zijn om, als hiervoor een extra collecte gehouden wordt, er het hunne aan willen bijdragen!”  

Het jaar 1936

Terwijl de jaren slijten aan de tijd, wordt in het geniep de tweede wereldoorlog voorbereid. Deze woorden zijn van toepassing voor einde jaren dertig van de vorige eeuw. De NSB (Nationaal-Socialistische Beweging, opgericht in 1931) komt steeds meer in beweging en het snel toenemend aantal leden (in 1936 ± 52.000 leden) baart grote zorgen met name ook voor de kerken - vooral om het extreemrechtse gedachtegoed. De synode stuurt richtlijnen en brochures naar de kerkenraden hoe hiermee het beste kon worden omgegaan. De scriba maakt daar enige keren melding van bij: 'Ingekomen stukken'. In 1936 werd door de synode van de Gereformeerde Kerken het lidmaatschap van deze partij tezamen met dat van de Christelijk- Democratische Unie openlijk verboden. 

De eerste kerstpakketten

Het was ook in deze tijd dat men het kerkenraadbesluit nam om voor de armste gezinnen van de kerk, met het oog op de kerstdagen, iets extra’s aan te bieden. De scriba schrijft: “Ook dit jaar zullen er voor de gezinnen die daarvoor in aanmerking komen een kerstgave worden bezorgd. De broeders diakenen hebben vet besteld, de gave zal daarom bestaan uit enkele vetsoorten”. In die jaren was schraalhans keukenmeester en kwamen 'vetsoorten' waarschijnlijk goed van pas. In onze tijd zouden we daar misschien wel anders tegen aankijken.  

Klokluiden voor een blijde gebeurtenis

Omdat er in 1938 bij de koninklijke familie een blijde gebeurtenis te verwachten was, kwam er een verzoek van de burgemeester bij de kerkenraad om het klokluiden te regelen. Er was besloten om voor een prinsje een halfuur en voor een prinsesje een kwartier het luiden ten gehore te brengen. En zoals we nu allemaal wel weten heeft het klokluiden toen een kwartier geduurd.

Henk de Bruin.