Kerk Kroniek - deel 31 - Nieuwe kerk opgeleverd met Statenbijbel en de Bazuinengel
Geschreven door Henk de Bruin   

We schrijven 26 november 1926. De nieuwe kerk is opgeleverd en in gebruik genomen en een aantal kerkleden zijn bereid om aan de kerkelijke gemeenschap een positieve bijdrage te leveren, onder meer: “ingekomen van zuster P. Tuitel een statenbijbel voor de preekstoel”. Deze statenbijbel ligt er nu anno 2013 nog steeds, dus al 86 jaar op de lessenaar van de preekstoel; “verder ingekomen van het comité uit de jeugdige leden der gemeente, de aanbieding van een luidklok, eveneens met dank aanvaard. Een twaalftal meisjes zullen om beurten het kerkgebouw schoon houden, en omdat er voor de nieuwe kerk nog geen koster was aangesteld, is broeder W. Schipper bereid gevonden voor een jaar lang het kosterschap gratis waar te nemen, terwijl Joh. Huisman voor de verwarming zal zorgen. Al deze toezeggingen worden met dank aanvaard. Omtrent het oude kerkgebouw de zgn. schuurkerk wordt besloten het voor afbraak te koop aan te bieden, maar de hoogste bieder kwam niet verder dan f 77,- en voor die prijs wilde men het niet aan een vreemde sloper gunnen. Er wordt nog onder elkaar ingeschreven waaruit blijkt dat W. Huisman Szn de hoogste is voor f 82,- wien het wordt gegund“. Aldus de scriba.

Voor het interieur van de oude kerk is veel belangstelling en nadat men het te koop aangeboden had kwamen er al gauw verschillende reacties. Zoals van de Zuid-Hollandsche Archeologische Commissie die met klem adviseerde om het geheel uit piëteit en schoonheid te sparen en niet in handen van slopers over te geven. Ook de directeur van het Rijksmuseum was die mening toegedaan, daar was de voltallige kerkenraad het wel mee eens, maar het moest natuurlijk toch wel zoveel mogelijk opbrengen. De scriba schrijft: ”Ingekomen zijn de inschrijvingen voor het interieur van het oude kerkgebouw, en brieven van het Rijksbureau voor monumentenzorg en het museum te Leiden. Tot aller verrassing is de hoogste inschrijving f 1210,- er was ook nog een bod gedaan van f 1000,- met de belofte van hoger als er door een ander hoger geboden wordt. Na breedvoerige besprekingen is besloten om het aan het Rijksmuseum aan te bieden voor f 1250,- Dit besluit wordt genomen met vier stemmen vóór, een blanco en twee tegen. Broeder P.B. verzoekt opneming in de notulen dat zijn tegenstem oorzaak vindt in de gedachte dat deze weg niet recht is." Opmerkelijk is dat het van oorsprong remonstrantse kerkinterieur van 1927 tot 1943 was opgesteld in de Lakenhal in Leiden en daarna van 1943 tot 1956 toch weer in (zijn geheel?) is opgebouwd in de remonstrantse kerk in Gouda, daarna zijn er verschillende onderdelen in ander kerken onder gebracht waaronder in de hervormde kerk in Den Hoorn op Texel.

Op de kerkenraadsvergadering van 11 november 1927 notuleerde de scriba: “Ingekomen een dankbetuiging van Ds van Duin voor de belangstelling betoond bij het overlijden van zijn vrouw”. Hieruit blijkt dat er, nu dominee van Duin al weer 5 jaar van Bleiswijk weg is, nog steeds ook na alles wat er gebeurd is (denk aan de schorsing en afzetting) een goed gevoel was overgebleven tussen dominee van Duin en de gereformeerde kerk van Bleiswijk. En hoe je ook nu, anno 2013 tegen ‘Het Asser synode besluit‘ aankijkt, als je als predikant met afzetting te maken kreeg en zeker in die jaren, moest je bij een dorpskerk maar niet teveel krediet verwachten. En wanneer je dan leest dat de belangstelling er over en weer nog was, dan is dat op z’n minst opmerkelijk en heeft zeker te maken met de waardering die er van beide kanten ooit was. En natuurlijk heeft de gereformeerde kerk van Bleiswijk onder leiding van dominee Tiemersma, zich achter het 'Asser synode besluit' geschaard, daar is geen twijfel bij mogelijk; dat blijkt des temeer als de scriba schrijft: “Ingekomen een schrijven van Ds Veltkamp van Kralingse veer (een predikant uit de classis Rotterdam waar Bleiswijk toen ook deel van uitmaakte) dat de Heere op verrassende wijze de ongezondheid van zijn bezwaren en de onjuistheid van zijn standpunten heeft laten inzien, inzake de besluiten welke genomen zijn op de synode te Assen, waarmede hij zich geheel thans wel kan verenigen. De Kerkenraad spreekt hierop haar blijdschap uit hetwelk door de Praesis namens de kerkenraad hem zal worden medegedeeld.

kerk 1926 foto van ansicht De foto die gekopieerd is van een oude ansichtkaart laat zien hoe de kerk er uitzag na oplevering in 1926. In het voorste lagere gedeelte was een galerij met drie rijen banken. De deur in de toren was via een trap de enige toegang tot deze galerij. Naast de toren en de oude huisjes was een smal poortje waar een urinoir gemaakt was waarheen de broeders bij hoge nood hun toevlucht konden nemen. Voor de zusters was er een toilet aan de achterkant van de kerk in een halletje tussen de trap die naar het orgel ging en de consistorie. Rechts is nog een beetje de woning zichtbaar van de hoofdonderwijzer. Later heeft deze woning nog lang gediend als kosterswoning. De aan de voorkant gelegen kamer was door de fa A.J. Verbakel gehuurd en diende als etalage voor uitbreiding van zijn winkel. Links staat de school met portaal, op de steen in de gevel is met een sterke loep nog net het jaar 1878 te ontwaren. Dit schooltje heeft nog veel jaren gediend als onderkomen voor de verenigingen en allerlei andere kerkelijke activiteiten en weer later voor de Herv / Ger kleuterschool. De bazuinengel op de toren is na de sloop van deze kerk door een toegewijde Bleiswijker voorzien van een nieuwe goudlaag en terug geplaatst op de luidinstallatie van de nieuwe kerk.  

Henk de Bruin.