Kerk Kroniek - deel 29 - Nieuwbouw: Kruiskerk of Schipkerk
Geschreven door Henk de Bruin   

Het is 29 februari 1924, er worden steeds meer maatregelen genomen om daadwerkelijk te kunnen komen tot de bouw van een nieuwe kerk, en er zijn ook al geruime tijd voldoende financiële middelen aanwezig om een eerste aanzet te realiseren. Broeder L. Huisman Szn die bouwkundig tekenaar was, werd bereid gevonden om tegen een billijke prijs drie schetsen te maken en kwam met drie uitvoerbare ontwerpen met een begroting van f 20.000 tot f 22.000 gulden. Het ging met de financiën voor de kerk eigenlijk zo goed dat men voorlopig de bijdrage van de classis van f 700,- gulden naar f 400,- per jaar kon terug brengen. Er was al eerder een kerkenraadbesluit genomen om op vaste data voor het fonds Kerkbouw te collecteren om zodoende de gelden te vermeerderen en ook - dat was misschien nog belangrijker - om deze zaak wat meer onder de aandacht te houden. Het enige probleem was om een geschikt terrein te vinden. Toch waren er wel verschillende opties o.a. zoals de scriba schrijft: ”De Praeses memoreert dat in de loop der week een gecombineerde vergadering is gehouden, de kerkenraad met de financiële commissie, om te bespreken de publieke verkoping van het huis van broeder P. S. en de mogelijkheid om dit terrein aan te kopen voor kerkbouw; na gehouden samenspreking wordt besloten om toch geen poging tot aankoop in het werk te stellen”. (Omdat het hier om het eigendom van een kerklid ging wat openbaar verkocht moest worden waarbij ook nog ander zaken aan de orde waren, lag de aankoop en alles wat daarmee gepaard zou gaan hoogstwaarschijnlijk in een te gevoelige sfeer.)

De meest voor de hand liggende optie was dan wel om het oude schuurkerkje te slopen en het dan vrijkomende terrein voor de bouw van de nieuwe kerk te gebruiken. Wat na overleg met het schoolbestuur - die van uitbreiding van de school waar al eerder door de kerkenraad toestemming voor was gegeven - moest afzien. Het schoolbestuur was hier niet blij mee en probeerde nog met een bod van f 8000,- de kerkenraad op andere gedachten te brengen om zelf het terrein te kopen met de school en de onderwijzerswoning, maar de kerkenraad liet al gauw weten dat hier na eerst nog wat zoekwerk voor een eventuele andere locatie, toch geen sprake van kon zijn. Eén van de drie schetsen betrof een zgn. kruiskerkvorm waar in eerste instantie de meeste voorkeur voor was, maar zou ook de duurste zijn, en omdat het eigenlijk maar voor een relatief kleine kerkelijke gemeente betrof, ± 200 zielen, en het terrein waar school en onderwijzerswoning dan bleven staan beperkt in grootte was, vond ook de architect het niet zo’n goed plan. Bij een gehouden gemeentevergadering schrijft de scriba: ”De Gemeente spreekt zich uit, dat uit het oogpunt van schoonheid, het plan voor de kruiskerk door de bouwcommissie voorgesteld, het mooiste is, maar de hooge bouwsom is wel een bezwaar.” We schrijven 13 januari 1926, om alle meningen en voorbereidingen op één rij te krijgen zijn inmiddels alweer twee jaar verstreken, wat op zich niet zo’n groot probleem was omdat er toch door allerlei activiteiten waaronder het uitgeven van een obligatielening tegen 4% nog veel geld bijeen gebracht moest worden.

Het bouwbedrag was door intekenbiljetten en enveloppen die bij de kerkleden bezorgd waren, inmiddels opgelopen tot f 16000,-. De scriba schrijft: “Voor uitvoering van het duurste plan, de kruiskerk, zou dan nog f 6000,- ontbreken, gezien dit tekort durft de vergadering dit plan aan de gemeente niet voor te stellen. Besloten wordt om het goedkoopste plan te nemen en dat betref dan het zgn. rechte schipkerk model met toren en luidklok.” Er was zelfs door enkele broeders een miniatuurcomplex van kerk, school en onderwijzerswoning gemaakt om aan de gemeente een duidelijk beeld te tonen, hoe een en ander er dan ging uitzien. Vervolgens schrijft de scriba: ”ook wordt op deze vergadering gesproken over de wijze hoe er gebouwd gaat worden, reeds was door enkele broeders aangeboden om de materialen zonder winst à contant te leveren en alleen het arbeidsloon in rekening te brengen. Deze manier van bouwen zou zeker voordelig zijn en wordt daarom door de vergadering met dank aanvaard. De timmerzaak van Wed C. Fijan (was het bedrijf van de ouders van Heiltje Fijan, die bijna iedereen gekend heeft) en de metselaars B. van der Lecq en S van Wingerden verklaren zich hiertoe bereidt. De schilder D. Koning zal gevraagd worden om op dezelfde voorwaarden aan de kerkbouw mee te werken. Joh. Huisman heeft de leiding over het timmerwerk en B. van Wingerden over het metselwerk.” (Allemaal min of meer bekende namen van betrokken mensen uit de Bleiswijkse gereformeerde geschiedenis die ons met het beste weten en kunnen zijn voorgegaan.)

Henk de Bruin.