Kerk Kroniek - deel 28 - 20 tegen 18 stemmen
Geschreven door Henk de Bruin   

We schrijven 6 februari 1922. Er is inmiddels ook al een commissie van administratie gevormd die in staat is om de financiële zaken goed op orde te houden en bij een dreigend tekort zo mogelijk de vaste vrijwillige bijdrage wat te verhogen. Zo ook, nu de kerk bij het vertrek van dominee van Duin weer vacant geworden is en de kerkenraad met het aangeboden salaris van f 2800,- per jaar - wat ook volgens de classis nog steeds aan de lage kant was - niet in staat bleek om met succes een predikant te kunnen beroepen. De gemeenteleden werden daarom opgeroepen om hierover te vergaderen. De scriba schrijft: ”Het voorstel was om het traktement te bepalen op f 3000,- zonder kindergeld plus vrijdom van belasting voorzover die niet uit persoonlijk vermogen voortvloeit”. Omdat de toen bestaande beroepingsprocedure (toen nog zonder profielschets) omslachtig was en veel tijd vergde - er moesten immers steeds weer twee predikanten die bereid waren om een eventueel beroep in overweging te willen nemen gevraagd worden om te komen preken, waar de belijdende manslidmaten dan een keus uit moesten/ konden maken - gingen er bij meerderheid van de kerkenraad stemmen op om voortaan niet meer uit twee predikanten te laten kiezen, maar één beroepbare predikant te verzoeken om te komen preken en zodoende de procedure eenvoudiger en korter te laten verlopen en zo gebeurde het ook.
 

Maar ondanks de versimpeling van de procedure zou het toch nog twee jaar gaan duren voordat er weer een predikant bereid was om de Gereformeerde kerk van Bleiswijk als herder en leraar te komen dienen. Maar op 2 november 1923 notuleerde de scriba: “Een bericht ontvangen van Ds J.Y.Tiemersma uit Tzummarum (een dorp in de gemeente Franekeradeel in Friesland) dat zijn eerwaarde op den dankdag hoopt te komen preken”. De preek op de dankdag was blijkbaar in 'goede aarde' gevallen want op 16 november 1923 schrijft de scriba: “vervolgens wordt gesproken door de vergadering of het niet gewenscht zou zijn om Ds Tiemersma van Tzummarum te beroepen. De broeders zijn het er allen over eens dat deze predikant voor onze gemeente wel geschikt zou kunnen zijn. Maar dominee J. de Wit uit Blaricum moest toch ook eerst nog 'gehoord' worden. Door de Praeses wordt daarna alles medegedeeld hoe de kerkenraad er toe gekomen is om weer een tweetal aan de gemeente voor te stellen. (Dus toch weer volgens de oude en veel tijd vergende procedure omdat er mogelijk nog wat twijfels bestonden om dominee Tiemersma te beroepen, waar die twijfels dan uit bestonden wordt verder niet beschreven.)
Bij de gehouden stemming waren nog zeven ondertekende briefjes binnen gekomen zodat 38 stemmen werden uitgebracht waarvan 20 op ds Tiemersma en 18 op ds de Wit. Niemand der aanwezigen heeft bezwaren tegen deze stemming. Naar uitwijzing van deze stemming wordt eerst genoemde door de kerkenraad beroepen”. Er was dus een nipte meerderheid voor dominee Tiemersma. En ja, je zou kunnen denken, een opkomst van achtendertig stemmen in totaal is niet zo veel, maar we moeten daarbij wel voor ogen houden dat de gezinnen in die tijd uit gemiddeld zes of zeven personen bestonden waarvan alleen de belijdende manslidmaten mochten stemmen, en dan kom je toch al gauw op een ledenaantal van rond de tweehonderd zielen, wat in die jaren voor de gereformeerde kerk in Bleiswijk zo ongeveer de norm was.

 

Op 14 december 1923 notuleerde de scriba: “Allereerst wordt met dank aan den Heere melding gemaakt van het ingekomen bericht, eerst telefonisch daarna schriftelijk van ds Tiemersma, dat Zijn Eerwaarde de roeping naar Bleiswijk heeft aangenomen”.
Op zondag 3 februari 1924 hield dominee Tiemersma een afscheidspreek in Tzummarum en werd op zondag 10 februari in Bleiswijk bevestigd door de toenmalige consulent dominee Tazelaar uit Rotterdam. Op 15 februari schrijft de scriba: “Ingekomen met attestatie uit Tzummarum, Jacob Tiemersma met zijn huisvrouw Gatske Tiemersma geb Wynia en acht gedoopte kinderen”. Hiermee werd een periode ingeluid waarvan toen niemand kon vermoeden dat dominee Tiemersma 23 jaar (bijna een kwart eeuw) de dienaar des Woords van de gereformeerde kerk van Bleiswijk zou zijn.
Maar ook de dominee uit mijn kinderjaren, die ik mij nog zo goed voor de geest kan halen en waarvan ik me zeker nog wel een en ander kan herinneren. Eén ervan is dat hij onophoudelijk met zijn hoofd schudde (neurologische aandoening ?) Het was daarom voor ons als kinderen nogal eens het onderwerp van gesprek aan tafel. Mijn ouders hadden daar toen geen andere verklaring voor, dan dat de dominee veel had meegemaakt door o.a. de ziekte en later het overlijden van zijn vrouw en allerlei andere ziekten/problemen in zijn gezin. Op ons maakte dat diepe indruk, maar wij vonden het altijd wel raar.

tiemersma gezin

Toevallig kwam ik een foto met het gezin van dominee Tiemersma op het spoor, genomen in 1923 te Tzummarum, dus kort voordat het gezin naar Bleiswijk verhuisde. Achter v.l.n.r. Fimmy, dominee Tiemersma, Jo, Sjoeke, Anna. Voor v.l.n.r. Jan, Mart, Wyke, mevr Gatske Tiemersma - Wynia, en als laatste Yeb, die predikant geworden is en een aantal keren in Bleiswijk heeft gepreekt.

Henk de Bruin.