Kerk Kroniek - deel 27 - Intekenlijst
Geschreven door Henk de Bruin   

De Eerste Wereldoorlog, wat voor de bouwplannen toch wel een vertragende werking had, is voorbij. Er is weer rust in het land en de kerkenraad kan verder met het uitwerken van de gegevens om te komen tot een nieuw te bouwen kerk. Het streefbedrag, of beter gezegd beginkapitaal, om tot de bouw over te kunnen gaan moest f 10.000 gulden opleveren en om iedereen te activeren was er een intekenlijst gemaakt waarop met prachtig handschrift een aansprekende tekst geschreven was en luidt als volgt:

                             Intekenlijst

Voor den bouw eener nieuwe Gereformeerde Kerk te Bleiswijk. Alléén wanneer een kapitaal van f 10.000,- wordt bijeengebracht, zal over het ingetekende bedrag worden beschikt. Indien de intekening dit bedrag niet bereikt, kan de kerkenraad de verantwoordelijkheid niet op zich nemen, om met den bouw een aanvang te maken. Om het doel, een ruimer en sierlijker kerkgebouw te bereiken, wordt dus van ieder lid het uiterste van zijn financiële draagkracht gevorderd. Men geve dus zéér mild en overvloedig! God heeft den blijmoedige gever lief. Nooit is men meer verzekerd zijn geld in den dienst des Heeren te besteden, omdat men hier geeft voor een nieuw Huis des Heeren. Niet alleen dit maar ook uw eigen oogen zullen mogen aanschouwen tot welk heerlijk doel uwe giften worden besteed en uw nageslacht zal u dankbaar zijn voor hetgeen gij thans ook in zijn belang tot stand heeft gebracht. Bewege de Heere dan uwe harten tot milddadigheid”.

En dan volgt er een lange lijst met 70 namen van kerkleden die een geldelijke bijdrage willen leveren. Om de mensen te wijzen op hun grote verantwoordelijkheid in deze, was er ook nog een tabellijst bijgevoegd die aangaf hoeveel je diende te geven bij een bepaald inkomen. De bedragen op de lijst variëren heel sterk, van f 2000,- gulden bovenaan met nog wat meer andere grote bedragen, tot vijfentwintig cent van een weduwe ergens onderaan en daartussen alle mogelijke bedragen. Wat opvalt is dat men er bijna altijd hun naam bij vermeldde, hoe klein het bedrag ook was b.v. f 1,50 of nog minder. Erg arm was blijkbaar geen motief om je naam er dan niet achter te schrijven, je zou kunnen denken dat men erin berustte, het was niet anders - wat in onze tijd toch wel wat moeilijker zou zijn. Toen ik de intekening van de weduwe zag, ook met haar naam erbij, moest ik eigenlijk meteen denken aan de twee muntjes van de arme weduwe waar Jezus op wijst bij Marcus 12. Het geeft zó duidelijk aan hoe de financiële situatie was in die jaren. De tegenstellingen waren bijzonder groot, van heel erg rijk tot heel erg arm. Het gebeurde eens toen twee welgestelde gezinnen - die op financieel gebied goed voor de kerk zorgden - besloten hadden om naar Zuid Afrika te emigreren, er zo’n groot gat in de kerkelijke begroting viel dat er terstond een beroep gedaan moest worden op een hogere bijdrage van de classis. In de meeste gevallen ging het bijdragen van de kerkleden met pijn en moeite gepaard en was het echt een offer, maar hoe dan ook iedereen deed wel mee.

Na nog maar nauwelijks 3 jaar in Bleiswijk te hebben gestaan komen de beroepen al weer los op dominee van Duin. De scriba schrijft: “Door de Dienaar des Woords wordt medegedeeld dat hij na rijp beraad voor de beroepen naar de kerken van Tienhoven en Vorden heeft bedankt, deze mededeling wordt door de kerkenraad dan ook met blijdschap vernomen”. Zeer korte tijd later wordt door de kerk van Voorthuizen een beroep op dominee van Duin uitgebracht. Drie beroepen in zo’n korte tijd was nogal heftig en bracht de kerkenraad een beetje in verwarring, er moest dan ook iets gebeuren om de eerwaarde ‘nog enige tijd vast te houden’. De scriba notuleerde op 2 januari 1920: “Nadat de dienaar des Woords vrijmoedigheid had gekregen om voor de roeping naar Voorthuizen te bedanken, had de Kerkenraad met de Commissie van Administratie, daartoe in staat gesteld door de verhoogde kerkelijke bijdrage, besloten om het tractement van Ds van Duin voor het jaar 1919 te brengen op f 2000.- plus kindertoeslag en voor 1920 op f 2400.- ook met inbegrip van het kindergeld. De Dienaar des Woords spreekt daarna zijn dank uit voor deze verblijdende mededeling hem gedaan.” Maar dat neemt de spanning bij de kerkenraad nog niet helemaal weg want twee maanden later komt er weer een nieuw beroep voor dominee van Duin, en nu van de kerk uit Sleewijk. En weer wenst de kerkenraad dominee geluk met het ontvangen beroep maar spreekt tevens de wens weer uit dat dominee vrijmoedigheid mag ontvangen om ook voor dit beroep te bedanken. De belangstelling van de kerken om dominee van Duin te beroepen was groot, heel erg groot, maar ondanks het feit dat men de classis verzocht had om een financiële bijdrage te leveren en zodoende het salaris nog te kunnen verhogen naar f 2800,- per jaar wat misschien dan een bindende factor voor de dominee zou kunnen zijn, was er toch ‘geen houden meer aan’.

Op de kerkenraadvergadering van 25 november 1921 deelde dominee van Duin mee dat hij het beroep naar Haarlemmermeer - Oostzijde had aangenomen. De scriba schrijft dan: “De acte van ontslag van ds van Duin zal worden opgemaakt en ingediend, hem zal wegens zijn vertrek naar Haarlemmermeer op de meest eervolle wijze, op nader te bepalen datum ontslag worden veleend als predikant van de Gereformeerde kerk alhier.” Op zondag 5 maart 1922 was het dan zover en hield de eerwaarde een afscheidpreek. Dominee van Duin was kennelijk een zeer geliefd en gewaardeerde predikant. Met een rustig en ingetogen, zeker geen dominant karakter, dat is mij althans bij het doorlezen van de stukken wel opgevallen. Er was de kerkenraad dan ook veel aan gelegen om deze predikant wat langer in Bleiswijk te ‘houden’, maar het zou uiteindelijk toch niet langer zijn dan vijf jaar want hij besliste zelf anders. Later, in 1926, komt dominee van Duin nog een keer in de publiciteit en haalt zelfs de landelijke dagbladpers met de zgn. ‘kwestie Geelkerken’, wat zoveel onrust teweeg bracht in de Gereformeerde kerken. In een van de volgende stukjes kom ik daar zeker nog wat uitgebreider op terug.

Henk de Bruin.