Kerk kroniek - deel 25 - Tijdelijk vacant in 1915-1916
Geschreven door Henk de Bruin   

Het is 22 mei 1915, de scriba noteerde: “Dominee Nieborg brengt ter kennis van de vergadering dat het beroep door de Geref kerk van Geldermalsen welke vorige week op hem is uitgebracht, door hem is aangenomen, de kerkenraad heeft tegen dit besluit geen bezwaar”. Over het beroep naar Geldermalsen heeft dominee Nieborg dus niet lang nagedacht en of de eerwaarde al in een eerder stadium een beroep in overweging genomen heeft, heb ik niet kunnen ontdekken. Er is niet veel inlevingsvermogen voor nodig om te veronderstellen dat het voor beide partijen zo goed was, gezien de eenvoudige mededeling en de reactie daar op. Op de kerkenraadvergadering van 18 juni, wat voor dominee Nieborg de laatste keer was, wordt door de eerwaarde nog een afscheidswoord gesproken en door de kerkenraad beantwoord, daarna wordt er wederkerig elkaar ‘s Heeren zegen toegewenst. Na 15 moeilijke jaren, - je zou wel kunnen spreken over 'tropen jaren' - was kennelijk voor dominee Nieborg de tijd gekomen om Bleiswijk te verlaten en brak er voor de Geref kerk een vacante periode aan en dus werd de beroepingsprocedure weer gestart. Het honorarium voor de te beroepen predikant was voorlopig vastgesteld op f 100,- gulden per maand. Ds Fleurke van Berkel en Rodenrijs werd gevraagd en heeft toegezegd het consulentschap op zich te nemen. Er moest nog wel iemand gevonden worden die voor f 2,- per week ds Fleurke (per koets of tilbury?) wilde halen en weer naar huis wilde brengen. Het honorarium voor het consulentschap zou f 5,- per week gaan bedragen.

In de tien jaar die ik niet heb beschreven is het in veel opzichten goed gegaan met de Geref kerk van Bleiswijk en niet in het minst op financieel gebied, mede daardoor was er duidelijk een zekere stabiliteit ontstaan. Dat kwam o.a. door het erven van onroerende zaken die verkocht konden worden en het ontvangen van een behoorlijk groot legaat, plus een jaarlijkse bijdrage van de classis van f 700,- en natuurlijk ook door het fors toegenomen aantal kerkleden waardoor het bedrag van de collecten en andere bijdragen omhoog gegaan was. Zo bracht de collecte voor dankdag op 9 november 1915 voor de kerk f 138,88 en voor de armen f 83,38 op. Omgerekend naar de huidige geldwaarde is dat zeker veel. Bij het afgesloten boekingsjaar was er zelfs een batig saldo van f 224,99 in kas. Er was ook een financiële commissie gevormd die de vrijheid gekregen had om bedragen onder de tien gulden voor reparatie en andere noodzakelijke dingen voor de kerk, zonder goedkeuring van de kerkenraad te betalen. Op de kerkenraadvergadering van 8 september 1916 worden zelfs de eerste stappen besproken om te komen tot het bouwen van een nieuwe kerk, hoewel het voor sommigen niet het juiste moment was vanwege de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waar veel dreiging vanuit ging en de prijs van de bouwmaterialen omhoog stuwde. Toch ging men alvast de gemeenteleden polsen hoeveel geld er eventueel beschikbaar zou zijn. Dat viel echter reuze mee want de commissie die dat moest onderzoeken kwam al gauw met het bedrag van f 9.700,- op de proppen en daarmee was het streefbedrag van f 10.000,- om definitief over te kunnen gaan tot de bouw van de nieuwe kerk al bijna binnen. En dan schrijft de scriba: “wanneer er tot f 10.000,- is ingetekend zal de commissie zo mogelijk de toegezegde bedragen in ontvangst nemen, iedere gever vrijlatende op welke tijd hij zijn gift wil afdragen.” (De zinsnede iedere gever vrijlatende was maar heel betrekkelijk want intussen gingen er ook al stemmen op om het kapitaal zo snel als mogelijk in ontvangst te nemen en uit te zetten tegen rente om zodoende hoger rendement te krijgen, daardoor werd er natuurlijk wel een beetje 'druk op de ketel' gezet.) Maar ondanks al die positieve geluiden over de financiële toestand van de kerk, had de krenterigheid nog niet afgedaan, gezien het feit dat dominee Fleurke het honorarium van 5 gulden toch wel wat te krap vond en daar zeker één gulden bij moest, waar 2 vergaderingen voor nodig waren om die verhoging toegezegd te krijgen. En een verzoek van de koster die natuurlijk ook op de hoogte was van de veel betere financiële situatie van de kerk en dan ook wel eens wat verhoging van zijn vergoeding verlangde - hij had in het verleden al eens meer een verzoek om verhoging gedaan, omdat de vergoeding van f 1,50 per week of zelfs nog minder wel heel erg weinig was. Maar ook dit verzoek werd toch weer kort en bondig naar de prullenmand verwezen, daar hoefde men eigenlijk niet eens over te praten. Die moest zich dan in hoofdzaak maar getroost weten met enkele woorden uit psalm 84: 5 “Eén dag in Uw huis is mij meer dan duizend, waar ik U ontbeer”.

Ondertussen werden er weer predikanten aangeschreven met het verzoek om te komen preken, waar na stemming van de manslidmaten eventueel een beroep op uitgebracht kon worden, maar het gebeurde ook wel dat de toenmalige voorzitter van de kerkenraad broeder P. Biemond er in zijn eentje op uit trok om b.v. dr H. Jansen uit Witmarsum in Friesland te gaan 'horen' - wat in die jaren bijna een buitenlandse reis was. Na een positief advies van broeder Biemond werd dominee Jansen dan ook uitgenodigd om te komen preken. Afgesproken was dat de eerwaarde op zondag 19 september naar Bleiswijk zou komen om het Woord te bedienen, maar liet middels een schrijven weten dat hij hiervoor geen toestemming kreeg van zijn kerkenraad en moest dus even afhaken en een andere datum vaststellen, waarna hij ook in Bleiswijk gepreekt heeft. Maar zou even later in het jaar, hoewel men hoopvol gestemd was voor het uitgebrachte beroep op hem, toch ook bedanken. Zo werden er een vrij groot aantal predikanten benaderd en/of beroepen, ook uit de omliggende plaatsen. Waar weer evenveel bedankjes op volgden, het wilde maar niet lukken. Men ging daardoor inzien dat het krappe salaris van f 1200,- per jaar wel weer eens een struikelblok kon zijn in de voorziening van een predikant. Op 4 februari 1916 werd op de kerkenraadvergadering daarom besloten om het salaris dan toch maar te verhogen naar f 1400,- per jaar en als emolumenten f 100,- voor het maken van onkosten bij het in gebruik nemen van de pastorie en vrij van alle belastingen, behalve die voortvloeien uit eigen bezittingen, plus 4 vrije zondagen per jaar. Zo ging de tijd van beroepen en bedankjes ontvangen door tot 6 november 1916 waar de scriba vermeldt: “De kerkenraad is verheugd mededeling te kunnen doen dat de classis aan haar agendum heeft toegevoegd de Approbatie (= goedkeuring) van Ds W. E. (Willem Eliza) van Duin uit Bolnes, en dat de eerwaarde het beroep uitgebracht op hem, naar Bleiswijk heeft aangenomen”. Op 24 december 1916 is dominee van Duin bevestigd door de consulent dominee Fleurke uit Berkel en Rodenrijs. De periode van vacant zijn is na een betrekkelijke korte tijd (goed anderhalf jaar) voorbij.

Henk de Bruin.