Kerk kroniek - deel 23 - Kachelklaar boomhout na het rooien van weinig vruchtbare bomen?
Geschreven door Henk de Bruin   

Op de kerkenraadvergadering van 15 oktober 1905 wordt melding gemaakt door de diakenen dat zij aan de diaconale conferentie in Rotterdam hebben deelgenomen en deden daarvan als volgt verslag: “Bij de vraag of de gelden die in de offerbus bij het avondmaal geofferd worden voor de armen zijn, of behoren die aan de Kerk was het algemene oordeel dat deze gaven uitsluitend bestemd zijn voor de armen. De diaconie zorgt niet voor de kerk, maar de kerk zorgt voor de diaconie. Het avondmaal vloeit voort uit de bediening des Woords, de diaconie mag daarom geen gave aan de kerk geven. Bij de vraag of het tot de roeping behoort dat de broeders diakenen bij hun bezoek aan de arme lidmaten zullen voorgaan met gebed en eindigen met dankzegging, verschilt men van mening. Maar in de vergadering der diaconale conferentie wil men dat niet als vaste regel beschouwen doordat het niet is aan te merken als een bezoek der ouderlingen. De broeders van de kerkenraad vinden dit geen juiste benadering en wijzen op het formulier der bevestiging, dat zij niet alleen met uiterlijke giften maar ook met troostrijke woorden uit het Woord Gods de armen hulp bewijzen en zich daarna verenigen in gebed.“ Het valt op hoe actueel deze onderwerpen in de loop van 100 jaar gebleven zijn. In de perioden dat ondergetekende, diaken was, kwamen deze onderwerpen ook af en toe aan de orde maar kwam het ook niet tot een vaste regel en liet men dat ook aan eigen inzicht over. 

Op de kerkenraadvergadering van 27 oktober dient dominee Nieborg een verzoek in om op zondag 19 november een vrije dag te hebben om elders in de bediening des Woords op te treden. De kerkenraad keurde dit verzoek goed mits de dominee zelf voor vervanging zou zorgen en dit ook zelf zou betalen. In dit geval was er een student theologie bereid gevonden om deze zondag voor ds Nieborg waar te nemen. Er was in die jaren ook voor predikanten bijzonder weinig geregeld, men had wel recht op een paar vrije zondagen maar ook daar waren altijd wel voorwaarden aan verbonden. Als de ouderling die dan de preekleesdienst moest verzorgen bijv. ziek of verhinderd was, ging de vrije zondag van de dominee gewoon niet door; maar ja het is 100 jaar geleden, veel mensen leefden in armoede en wettelijk was er niets geregeld en voor de predikanten was het zeker niet veel beter, - hoewel het voorstelbaar is dat de voorzieningen in een grote stad toch beter geregeld waren dan op het platteland -. In die zelfde vergadering doet ds Nieborg nog een verzoek, de scriba schrijft: “Ds Nieborg doet verzoek door in de tuin der pastorie om 3 weinig vruchtdragende bomen te doen uitrooien en tevens verplaatsing van het prieel, in het belang van meerdere moestuin te bekomen,op kosten van hemzelf, doch het boomhout tot verbruik als brandstof voor eigen te gebruiken. De kerkenraad ging eveneens akkoord met dit verzoek.“ Zelf de groente verbouwen in de moestuin was al niet vreemd voor de dominee en omdat er nergens melding wordt gemaakt van enige hulp of een vrijwilliger komt onwillekeurig de vraag boven - zou de dominee dan ook nog de zaag ter hand genomen hebben om het boomhout kachelklaar te maken? Gezien de omstandigheden in die tijd zou het mij zeker niet verbazen!

Omdat de kerkenraad door enkele broeders met voldoende geldelijke middelen vertegenwoordigd was, - in voorgaande stukjes heb ik daar al uitgebreid over geschreven - was er onevenwichtige machtsverhouding ontstaan, om dat akelige woord nog maar een keer te gebruiken, die nog verder escaleerde en heel nare gevolgen met zich meebracht. Ik wil daar nog even op terug komen. Maar eerst toch maar in het kort een samenvatting, want hier is heel veel over te doen geweest. Een dochter van br. X----- had gezondigd tegen het 5de en het 7de gebod en heeft haar vader om vergeving gevraagd, heeft ook voor de kerkenraad schuld belijdenis gedaan en wilde hierna belijdenis van haar geloof afleggen, om de toegang tot het Heilig Avondmaal te verkrijgen. Haar vader wilde echter niet van verzoening en vergeving weten omdat hij dan zoals gezegd werd, tegenover zijn andere kinderen niet meer respectvol en geloofwaardig zou zijn, en wilde dat de kerkenraad haar zelfs als lid van de Gereformeerde Kerk zou afvoeren. (Men noemde dat toen schrappen uit het doopboek). Omdat de onverzoenlijke houding van deze broeder ook na veel inspanning van dominee Nieborg niet veranderde, kon de kerkenraad, ook nog na diverse besprekingen hierover in de classis en met de kerkvisitatoren niet anders handelen dan om deze broeder de censuur aan te zeggen, maar hierbij waren de problemen nog lang niet opgelost.

Het was alles bij elkaar een zeer pijnlijke situatie geworden te meer ook om dat deze broeder, ook ouderling was en in het verleden veel voor de kerk gedaan had, en zoals bijv. ook nog de pastorie en nog wat andere noodzakelijke zaken door middel van een obligatie groot f 3650,- gefinancierd had. Maar omdat deze situatie maar duurde, gingen ook ’gewone‘ gemeente leden er zich mee bemoeien en hun meningen er over uitspreken, waarvan sommigen vonden dat ouderling X----- het bij het rechte eind had en de censuur moest worden beëindigd. Hierdoor gesteund kreeg de situatie een sneeuwbal effect en broeder X---- ging over tot wraak. De scriba schrijft: “De praeses geeft kennis, dat de kerkenraad een brief heeft ontvangen van broeder X----- die luidt als volgt: Ondergetekende geeft met deze te kennen dat hij het geld dat hij op de eigendommen der Gereformeerde Kerk heeft voorgeschoten,met rente voor 1 december 1905 terug verlangt, uit te betalen ten zijnen huize met overlegging der bewijzen.“ Deze brief werd op de kerkenraadvergadering voorgelezen en behandeld op 24 november en is waarschijnlijk maar enkele dagen daarvoor ontvangen, het was nu dus letterlijk en figuurlijk heel kort dag om het maar simpel uit te drukken. Maar simpel was het voor de kerkenraad zeker niet want de gevolgen waren niet te overzien, maar daarover meer in het volgende stukje. 

Wordt vervolgd,
Henk de Bruin.