Kerk kroniek - deel 22 - Leeraar en kerkenraad welgevallen gewenscht
Geschreven door Henk de Bruin   

In het vorige stukje heb ik al geschreven over de benarde financiële situatie van de kerk, en over de oorzaken waardoor dat probleem was ontstaan. Het tekort was inmiddels zo ernstig geworden dat dominee Nieborg voor de 2de keer in de kerkenraad de mededeling moest doen dat zijn traktement niet betaald kon worden. De dominee kon deze mededeling doen omdat hij ook de penningmeester was en zodoende inzicht had over de financiële situatie van de kerk; het was toen een functie die bij het gebrek aan ambtsdragers vacant was en die dominee er dan ook nog maar even bij moest doen. De moeite die de twee broeders hadden gedaan om de lidmaten langs te gaan om het tekort gedekt te krijgen, heeft naar alle waarschijnlijkheid niet veel opgeleverd want daar wordt niet of nauwelijks melding van gemaakt. De scriba schrijft in de notulen van 22 juni 1904: De praeses brengt ter sprake dat “heden de tijd is gekomen ter voldoening van zijn maandelijkse termijn van f 90,- aangevende het tekort daarvoor van f 77,- met de vraag welke weg hiertoe open is omdat te boven te komen”. Hierop blijft men het antwoord schuldig. De praeses betuigt: “Dan zal ik uit eigen boezem voor mij zelven voorschieten doch dat kan niet lang duren om daarmee voort te gaan, en stelt de vraag of er geen mogelijkheid bestaat om bij sommigen leden van de kerk die geen contributie betalen, en bij enkelen anderen, verhoging hiervan verkrijgbaar kan zijn, door zulken op te wekken en op hun roeping te wijzen”. Het antwoord van de kerkenraad hierover is dat bij de een noch bij de ander het verzoek daartoe niet zal baten. Er wordt dan besloten om financiële steun voor deze kerk bij de eerst volgende classis vergadering aan te vragen.

Toen op de vergadering van 5 augustus bleek dat de helft van het traktement voor de dienaar des Woords nog steeds ontbrak, was de penningmeester van de christelijke school wederom bereid om de huur voor de tweede helft voor het jaar 1904 ten bedrage van f 60,- alvast als voorschot te betalen ter aanvulling van het traktement van de dominee, alles bij elkaar een uitermate vervelende of beter gezegd beschamende situatie. Financiële steun aanvragen bij de classis was trouwens ook geen sinecure want daar moest eerst van uit de classis een commissie voor worden samengesteld die alles moest onderzoeken en voor de kerkenraad was het diep door het stof gaan want het duidde hoe dan ook al gauw op een vorm van wanbeleid. Na het onderzoek van de commissie werd er een financiële steun toe gezegd van f 150,- wat in vier delen zou worden voldaan. Er waren drie broeders (hier niet nader te noemen) waardoor de kerkenraad steeds weer in de problemen kwam, ook de vele gesprekken om tot een goede oplossing te komen met deze broeders mochten niet baten. De laatste en meest ingrijpende mogelijkheid was, om dan de situatie maar voor te leggen aan een deputatie van de classis, die bestond uit drie predikanten en een ouderling, die moesten dan hun oordeel maar vellen over deze broeders.

En dat oordeel kwam er ook. Ds Goslinga die de rapporteur was van de deputatie schrijft in zijn samenvatting: Het moge ten opzichte van br-A in het advies niet bepaald zijn uitgedrukt, het is echter wel van deze de bedoeling dat indien genoemde broeder volhardt in zijn verkeerde weg, aan hem de sacramenten moeten worden ontzegd. Het verschil in de behandeling van de drie broeders, is volgens ons dit: Broeder-A moet terstond, broeder-B na een half jaar,en broeder-C na onbepaalde tijd, ter beoordeling van de kerkenraad van de sacramenten worden geweerd. Altijd natuurlijk onder conditie dat er geen verootmoediging is. Hiermede meen ik aan uw verzoek te hebben voldaan!” “Hopende dat dit advies voor de kerk te Bleiswijk nuttig moge zijn en de middelen die worden aangeboden mogen worden gezegend, zijn wij met hartelijke broedergroeten”. Met ondertekening der deputaten voornoemd. Naar aanleiding van dit advies vraagt de praeses aan de kerkenraad: ”Kunnen wij als kerkenraad zich met het advies der deputaten vereenigen?”; alzo is eenparig besloten maar niet dadelijk toepassen, doch vooraf eerst de classis zich in zijn vergadering het oordeel uit laten spreken. De classis vond echter het probleem op deze wijze voldoende behandeld en vond geen reden om daar nog verder op in te gaan en er ook nog een oordeel over uit te spreken. De kerkenraad kon dus verder naar eigen goeddunken handelen.

Er is afgesproken dat de drie broeders voortdurend door een lid van de kerkenraad bezocht zullen worden, hun vermanende om van hun verkeerde weg terug te komen. De Gereformeerde Kerk van Bleiswijk maakte door allerlei ontstane verwikkelingen moeilijke jaren door, het moet nog maar eens gezegd en bij het lezen van de notulen word je daar bepaald niet vrolijk van. Bij elke kerkenraadvergadering wordt er wel gesproken over kerkleden aan wie de eerste trap der censuur is aangezegd of waarvoor de censuur weer is opgeheven. Maar er zijn gelukkig ook nog wel positieve dingen te vermelden, zo neemt het aantal kerkleden nog regelmatig toe. In 1905 hebben elf jonge mensen en nog enkele oudere personen belijdenis van hun geloof afgelegd en daardoor de toegang tot het Heilig Avondmaal verkregen. In de notulen van 14 juni 1905 schrijft de scriba aan het eind van een gezamenlijke vergadering: De visitatoren geven hun genoegen te kennen voor het goede dat nog in deze kerk aanwezig is. Ds Goris wenscht leeraar en kerkenraad in hunnen gewichtvolle arbeid de nabijheid des Heeren, ook door de moeilijkheden heen, in hun werk het welgevallen van de Koning Zijner Kerk te ondervinden. Met sluiting dezer vergadering door dankgebed.

Wordt vervolgd. Henk de Bruin.