Kerk kroniek - deel 21 - Verzen uit een psalm van Asaf
Geschreven door Henk de Bruin   

Op het eerste blad van het notulenboek uit het jaar 1904 staat geschreven: “Wij Ondergetekenden, allen leden van de Kerkenraad der Gereformeerde Kerk te Bleiswijk,verklaren oprecht en in goede Consciëntie voor God, dat allen de stukken waarin de formulieren van Enigheid bestaan,in alles met Gods Woord overeenkomen,en verbinden ons daar overeenkomstig, in ons ambt te zullen dienen ons onderwerpende aan de tucht der Kerken,zoo wij ons ooit in enig Stuk daarvan mochten komen te misgaan.” Naast de handtekeningen van predikant en ambtsdragers staat nog apart vermeldt, (Psalm 79 vers 8 en 9) ”Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uwe barmhartigheid ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden. Help ons, o God onzes heils! Ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en doe verzoening over onze zonden om Uws Naams wil.” Deze twee veelzeggende verzen uit een psalm van Asaf doen vermoeden hoe zeer men ook nu nog met het verleden bezig was. Er was immers een nieuw begin gemaakt en hoe moet je dan dat nieuwe begin als kerkenraad vast houden als je ook nog te maken krijgt met lauwheid en dorheid van het aantal toenemende gemeenteleden, waar ik ook in het vorige stukje al over schreef. Het was wel een heel grote zorg voor de broeders van kerkenraad, maar stond natuurlijk niet in verhouding met het probleem van secularisatie en kerkverlating zoals dat in onze dagen het geval is.

Op 8 april 1904 schrijft de scriba naar aanleiding hiervan: “Er is besloten om zo de Heere wil het H.A in de gemeente voortaan om de 3 maanden te doen plaats hebben. En omdat aan het Heilig Avondmaal de vorige keer maar door de helft van de Gemeente is deel genomen wordt nu door de predikant en de ouderlingen de Gemeente in zijn geheel van te voren bezocht.” Uit alles blijkt dat men naarstig op zoek was naar het ontstaan van die lauwheid, en voornamelijk wat er aan gedaan moest worden om deze teruggang te keren. Op elke kerkenraadsvergadering is het een punt van bespreking en aandacht geworden en wordt er gewezen op het feit dat de dominee dan nog maar meer de gemeente leden moet gaan bezoeken. De scriba schrijft: “Bij de rondvraag aan de kerkenraad komt een broeder terug op de notulen van de vorige vergadering, over het geen hem voorkomt, dat naar zijn mening het wenschelijk is dat de predikant tot opbouw in de samenleving en geestelijk welzijn meerder de gemeenteleden moet bezoeken en daartoe te weinig in de gemeente komt. De praeses verklaart niet te kunnen inzien, dat de mening van deze broeder gegrond is, doch wel overtuigd is dat zijn werk gebrekkig is en zo veel als nodig de leden bezoekt inzonderheid de kranken, en die ongeregeld ter kerke komen en die hij bezoekt vóór de viering van het Heilig Avondmaal.”

Het waren dus alleen al hierdoor nog steeds moeilijke jaren voor de Gereformeerde kerk van Bleiswijk. Maar daar komt dan ook nog bij dat er mensen waren die naar aanleiding van allerlei interne verwikkelingen binnen de kerkenraad, de geldelijke bijdragen gingen verminderen en dat was toch eigenlijk wel heel erg bizar, naar aanleiding hiervan schrijft de scriba: ”Komende vrijdagavond in de vergadering der kerkenraad bespreking over de financiële toestand dezer kerk. De praeses doet weten dat er voor de kerk in kas is het bedrag van f 51,17, - alzo een tekort van f 39,00, - om de maandelijkse termijn aan ds Nieborg te voldoen. De penningmeester der Chr school stelt daarom voor, om de huur van het schoolhuis van 1 Nov 1903 tot 30 April 1904 het bedrag van f 60,- ter gemoet koming der kerk een week vóór tijd aan de kerk te voldoen. De kerkenraad heeft dit voorstel welwillend aangenomen.” Maar dit was nog niet alles want er stond de kerkenraad nog een flinke financiële tegenvaller te wachten. Op de vergadering van 29 april doet de penningmeester verslag: ”Aanwezig in de kas der kerk het bedrag van f 21,- alzo voor aflossing nodig f 100,- voor de aflossing der kerk en het woonhuis van de hoofdonderwijzer, voor aflossing der pastorie f 50,- en dan nog een rekening van de timmerman van f 163,58 enz. De totale kosten bedragen f 450,-."

Er worden twee broeders benoemd om tot dekking van het tekort de gemeente in te gaan. Alles bij elkaar ’n opéénstapeling van somberheden en zorgen, maar er zijn eigenlijk twee oorzaken aan te wijzen die daarbij een belangrijke rol hadden. Dorheid of lauwheid van het kerkelijk leven kwam ook in die jaren zeker bij meer kerkelijke gemeenten voor in het land, er zijn voldoende aantekeningen uit die tijd die dat vermelden, en heeft misschien wel te maken met de zgn. golfbewegingen van het kerkelijk leven. En wat het financiële aspect betreft, het was in die jaren maar aan weinig mensen voorbehouden om over voldoende geldelijke middelen te kunnen beschikken. Enkelen daarvan deden (met alle respect) absoluut veel goede dingen met hun geld voor de kerkelijke gemeente, en schoten te hulp als de noodzaak dat aangaf, maar verkeerden daardoor ook in een bepaalde machtspositie. Anderen met voldoende middelen waren daarbij ook nog eens vele jaren achtereen lid van de kerkenraad en konden daardoor soms met alle goede bedoelingen ten spijt, óók op veel zaken hun stempel drukken. En als er dan eens wat tegengas gegeven werd omdat men het over bepaalde standpunten niet eens kon worden waren de rapen gaar. Met het oog op de privacy kan ik over de ontstane situatie in zekere zin maar beperkt schrijven, maar lezend in de oude geschriften kan ik mij echt niet aan een vorm van machtspositie/misbruik onttrekken. Machtspositie nemen en/of misbruiken is een menselijke eigenschap en komt in allerlei structuren van het maatschappelijk leven voor, en dus blijkbaar ook in de kerk en ligt eigenlijk altijd op de loer. De structuur van de kerkenraad kon, zeker in die jaren door allerlei goed bedoelde en verklaarbare omstandigheden (zoals b.v. door de armoedige tijd, gebrekkige of niet goed onderbouwde financiële afspraken en de noodzaak om het geheel te overleven) niet anders zijn zoals die was; maar het maakte ook heel kwetsbaar en mede daardoor kon het gebeuren dat men in de problemen kwam zo groot als boven beschreven, en verkeerde de Gereformeerde Kerk van Bleiswijk zomaar in een onwaardige positie. 

Wordt vervolgd. Henk de Bruin.