Kerk kroniek - deel 16 - Over schrijfwerk, censuur en sociale controle
Geschreven door Henk de Bruin   

Dominee Nieborg was een zeer vlotte schrijver, dat moest ook wel omdat in die tijd b.v. een schrijfmachine nog niet zo gebruikelijk was. Een preek, die toen iets minder dan een uur duurde, moest dus met de hand geschreven worden en dat voor twee keer op één zondag. De kerkdienst duurde altijd wel anderhalf uur en het was toen zeker niet aan de orde om die tijd met veel zingen op te vullen. Ds Keizer (een van onze vorige predikanten) vertrouwde me eens toe dat hij in een vorige gemeente bij het uitgaan van de kerk, op het kerkpad al, op de vingers getikt werd, omdat er in die dienst wel heel veel gezongen moest worden. En men stelde hem onverwijld de vraag wie het op deze dag nu eigenlijk moest verdienen. Broeder J.C. Lievaart die al heel lang het scribaat voor zijn rekening nam, omdat er steeds maar geen goede vaste opvolger te vinden was, werd het schrijfwerk wel eens beu en dan was de eerwaarde wel bereid om het af en toe eens over te nemen, wat het lezen van de notulen er voor mij bepaald niet gemakkelijker op maakt. Het kan dan ook met recht en reden hier en daar (oneerbiedig gezegd) wel “spijkerschrift” worden genoemd. En soms moet je wel eens een aantal woorden en zinnen met elkaar vergelijken om er achter te kunnen komen dat het om de juiste betekenis gaat. Maar gezien de vele positieve reacties op het schrijven van deze stukjes, neem ik het gepuzzel graag voor lief.
En zo komen we dan steeds weer opmerkelijke zaken tegen zoals opgetekend werd in de notulen van 9 april 1900, de scriba schrijft: “Een broeder ouderling brengt ter tafel, een broeder bezocht te hebben die zich op de dag des Heeren heeft schuldig gemaakt door zich te wreken aan een persoon, en hem slagen toe te brengen. De kerkenraad wijst de br ouderling aan om hem te vermanen met oprechte schuldbelijdenis voor God en de beledigde persoon.” 

Inmiddels gaat ds Nieborg ook nog steeds door met de kennismakingen en het thuis bezoeken van de lidmaten en doet regelmatig verslag van zijn bevindingen, die over het algemeen genomen wel redelijk positief zijn, maar komt af en toe toch ook weer zaken tegen die niet door de beugel kunnen zoals onderstaande beschrijving: “De praeses brengt rapport uit van waarbij een treurige toestand zich heeft voorgedaan van een lid die met een persoon in onbehoorlijke levensgemeenschap leeft waardoor dit lid der gemeente de toegang tot het Heilig Avondmaal is ontzegd en onder kerkelijk censuur is gesteld.” 
Overigens is het wel zo, dat vermanen en/of kerkelijke censuur relatief veel voorkwam, maar dat de mensen daarna wel hun levenswandel wilden veranderen of zich in elk geval wilden aanpassen, ook al om dat men zich dan in een soort isolement bevond wat als zeer belastend werd ervaren. Er wordt herhaaldelijk in de notulen vermeld dat de kerkenraad na onderzoek met blijdschap kan meedelen dat na korte tijd de censuur van broeder of
zuster-------? is opgeheven en hem/haar weer de toegang tot het Heilig Avondmaal is verleend. 
Er gebeurden natuurlijk altijd wel zaken ook in de kerkelijke gemeente die geen hoofdprijs verdienden, maar de sociale controle was erg groot in die jaren, daardoor kwamen de dingen waarvan men al vermoedde dat het niet goed en zuiver was al snel aan de orde. En daardoor kon men ook wel eens te rap van oordeel zijn zoals ook uit onderstaande blijkt: “Ingekomen een klacht dat enige leden der Gemeente die s’morgens aan het Avondmaal des Heeren hebben aangezeten die zelfde dag des avonds, zich hebben begeven in ongepast gezelschap, hier zal onderzoek naar worden gedaan.” Naar aanleiding en onderzoek van bovenstaande klacht komt men dan op de volgende kerkenraadsvergadering tot de volgende conclusie: “Aangaande het zich begeven van eenige lidmaten in onbehoorlijk gezelschap op de dag des Heeren, is aangegeven, dat degene die dat hebben opgemerkt, het eerst persoonlijk moeten vernemen volgens Mattheüs 18.” Hier is dus duidelijk sprake van roddel of achterklap zoals men dat toen noemde. 

Tot onze verrassing kwam ik ook nog deze aantekening tegen in de notulen van 27 juli 1900 n.l.: ”Dat in ondertrouw zijn op genomen Ewoud Maan uit Pijnacker en Lena Catharina Paul uit Bleiswijk met hun verzoek dat hun huwelijk door de Dienaar des Woords alhier bevestigd wordt op Vrijdag 3 Augustus a.s. waaraan zal worden voldaan.” Lena Catharina Paul was voor de 2de keer weduwe geworden en trouwde nu dus voor de 3de keer, met Ewoud Maan; zij was de grootmoeder van mevrouw L.C. de Bruin - de Wit (Lenie en naamgenote) en de overgrootmoeder van mijn echtgenote Riet. Ik heb haar persoonlijk in haar laatste levensjaren nog gekend; zij was een sterke vrouw met een krachtige persoonlijkheid en woonde in de tijd van haar huwelijken op een mooie boerderij, waar nu de Frans Halslaan is. Omdat in deze stukjes al meerdere familieverbanden uit de voorgeslachten beschreven zijn, wil ik deze aantekening ook niet onvermeld laten.
Maar er was landelijk zeker ook aandacht voor andere belangrijke zaken zoals: "Uit Rotterdam het verzoek om instemming te betuigen uitgaande der diaconie van de Gereformeerde Kerken in Nederland dat behelsde om aan H.M. de koningin met bescheidenheid haar aandacht te vragen voor de verzorging van een groot deel van de werkende stand en afgeleefde werklui op de leeftijd van 60 en 70 jaar, tot steun van een pensioen regeling. De kerkenraad betuigd instemming en dit zal worden opgezonden naar br Vermaaten in Rotterdam". 

En dan tenslotte, in de tijd toen er nog geen vaste predikant was, heeft de kerkenraad wel eens een verzoek gericht aan het schoolbestuur van de christelijke school, om af en toe bij het bijbel-onderwijs aanwezig te mogen zijn. Er is toen negatief op gereageerd; men stelde er geen prijs op en dat werd duidelijk kenbaar gemaakt (vermoedelijk omdat meester Mulder, de hoofdonderwijzer van de school en toen ook lid van de kerkenraad, bang was voor te veel bevoogding). Maar nu ds Nieborg de scepter zwaait lijkt er geen bezwaar meer te zijn en is een bezoek aan de school meer dan welkom. Het agenda punt vermeldt dan ook: “Het rapport schoolbezoek van 7 augustus luidt: gunstig, gehoord te hebben het bijbelsch onderwijs uit Handelingen 28 gegeven door de onderwijzer aan de kinderen is met genoegen aangehoord, met de mededeeling in de kerkenraad dat de ouders hunnen kinderen met een goed geweten naar school kunnen zenden inzake het gehoorde onderwijs uit de Heilige Schrift.” 

Wordt vervolgd.                                                                     Henk de Bruin.