Kerk kroniek - deel 14 - Bediening aanvaard
Geschreven door Henk de Bruin   

En dan is het zondag 29 oktober 1899. Een memorabele dag. Wat zullen de gemeenteleden naar deze dag hebben uitgezien want in de morgendienst is de eerste predikant van de Gereformeerde Kerk van Bleiswijk ds. H.R. Nieborg bevestigd door de consulent ds. A. van Veelo, predikant te Rotterdam. De indringende tekst voor deze dienst was door ds. van Veelo gekozen uit 2 Timótheüs 4: 2a. (''Verkondig het Woord, dring er op aan, gelegen of ongelegen!'') De scriba schrijft: “De bevestigde aanvaardde des namiddags zijne Bediening onder ons met een Leerrede over Jesaja 2: 5”  (''Och Israël, laten wij wandelen in het licht van den Heere en Zijn wetten gehoorzamen''.) Het zal ongetwijfeld een feestelijke zondag zijn geweest, en voor de zeven kerkenraadsleden een grote zorg minder toen er nu eindelijk een eigen predikant in hun midden was om de gemeente te dienen en te adviseren bij de zorgen en de soms moeilijke theologische vraagstukken. Deze konden nu op een deskundige en betere manier worden opgelost.

En zorgen en problemen waren er zeker, daar werd ds. Nieborg al heel snel mee geconfronteerd. Ook het afgelopen beroepingswerk zorgde nog voor een nare nasleep. De scriba schrijft hierover: ”Er was bericht ontvangen van de Classis Bolsward met het verzoek om f 375,- te betalen aan de Gereformeerde Kerk van Schettens, die dit bedrag betaald had aan hunnen kranken leeraar ds. Hoek, op welks verzoek de kerkenraad alhier niet kan ingaan om rede dat ds. Hoek deze kerk in Bleiswijk nog niet heeft gediend en daardoor niet anders kan aangemerkt zijn als beroepen Leeraar van Bleiswijk. Bij gelegenheid zal de Classis Bolsward hierover geantwoord worden.” De classis Bolsward ging met het antwoord van de kerkenraad uit Bleiswijk niet direct akkoord want er was inmiddels ook nog een voorstel gedaan om met een commissie uit Schettens en een commissie uit Bleiswijk naar prof. Rutgers in Amsterdam te gaan en hem te vragen om te willen bemiddelen in deze zaak. (Prof Rutgers, een hoogleraar uit Amsterdam adviseerde in die jaren wel vaker waar het kerkelijke aangelegenheden betrof.) De Kerkenraad berichtte hierna dat er verschillende keren over deze zaak met de kerkenraad van Schettens was gecorrespondeerd en dat de kerkenraad van Bleiswijk bij haar besluit zou blijven, en dat laatste voorstel over die commissies van de hand wees en dus voor kennisgeving had aangenomen. 

Om de financiën van de kerk op orde te krijgen en te houden had de kerkenraad besloten om een soort contributiesysteem op te richten hoofdzakelijk bedoeld ”tot steun voor de in stand houding van de Eredienst” een voorloper van de V.V.B. zou je kunnen zeggen. Op die manier zou er een overzichtelijke en vaste bron van inkomsten zijn. Er kon ingetekend worden naar eigen keuze en mogelijkheid, per week, per maand, per 3 maanden, per half jaar en per jaar. Deze ruime keuze mogelijkheid was noodzakelijk omdat er een aantal gezinnen waren die met moeite wat konden bijdragen. Inmiddels gaat ds. Nieborg op pad om kennis te maken met de gemeenteleden en komt op de kerkenraadsvergadering met verontruste berichten. De scriba schrijft: ”Ds. Nieborg brengt in het midden zijn bezoek in de huisgezinnen der Gemeente gebragt waarbij zijn eerwaarde is gebleken dat van sommigen ouders haren kinderen school onderwijs ontvangen in de Staatsschool en vermaande de ouders ten zeerste volgens hun roeping en plicht daarvan af te laten en hunne kinderen te doen onderwijzen in de Chr. school, doch waar het hoofd van een gezin beweerd niet geheel aan het schoolgeld te kunnen voldoen wenscht ds. Nieborg met de schoolcommissie te spreken.” (Bij de openbare of staatsscholen was het onderwijs bij het ontbreken van de geldelijke middelen dikwijls geheel gratis.) En er was ook sprake van een soort algemene lauwheid in de kerkelijke gemeente, zoals ds. Nieborg het verwoordde. In de notulen van 1 december 1899 werd in verband hiermee door de scriba opgeschreven: ”Ook blijkt bij onderzoek dat velen die toegang hebben tot het Heilig Avondmaal zich daarvan terug houden en zullen over hun nalatigheid zoveel mogelijk worden bezocht en vermaand om in de rechten weg daarvan gebruik te maken.” (Later kom ik hierover nog wat uitgebreider op terug.)

Maar op de kerkenraadsvergadering van 15 december 1899 kwam nog een andere zaak aan de orde, n.l. één van de eigenaren van de kerk kwam ter vergadering met de mededeling dat hij en de andere eigenaren van het verhuur van de kerk en het huis van de hoofdonderwijzer afwilden en dit project te koop aanboden voor de som van f 3600,-. Hij vond het zelf een redelijke prijs want destijds hadden zij er f 4200,- voor betaald en voegde daar nog aan toe dat de verkopers met hun gezinnen hun gewone zitplaats in de kerk voor huurprijs blijven bezetten. Omdat het voor deze avond een overvolle agenda betrof besloot de kerkenraad dit onderwerp voor een volgende vergadering aan te houden. Aan het eind van deze lange vergadering schrijft de scriba: ”Eindelijk komt aan de orde het Censura Morum der Ambsbroeders onder elkander, met het oog op het aanstaande Avondmaal, hetwelk een goede uitslag openbaard, daar niemand iets uitstaande heeft. Waarna de praeses de vraag richt of er in de Gemeente, personen zijn waarbij de kerkenraad bezwaar heeft om toegelaten te worden aan het Avondmaal. Waar blijkt dat hierin grond bestaat aangaande broeder M--- over zijn onchristelijke verhouding betreffende zijn kind te doen onderwijzen in de Staatsschool.” (Later is bij onderzoek gebleken dat ook bij deze broeder de wil zeker wel aanwezig was maar simpelweg het geld ontbrak om zijn kind naar de christelijke school te laten gaan.) Hierna wordt deze vergaderavond afgesloten met een dankgebed en worden de notulen van de vorige vergadering nu voor het eerst ondertekend met een opvallend sierlijke handtekening van de eerste predikant verbonden aan de Gereformeerde Kerk van Bleiswijk: ds. H.R. Nieborg.

Wordt vervolgd,                                                                  Henk de Bruin.