Kerk Kroniek - deel 13 - De eerste predikant
Geschreven door Henk de Bruin   

We schrijven 1897. Ds Oranje uit Berkel en Rodenrijs is intussen bereid gevonden om, zolang er nog geen predikant beschikbaar was, voor het catechisatie-onderwijs naar Bleiswijk te komen, maar moet dan wel door vier kerkenraadsleden om beurten per rijtuig (zeer waarschijnlijk een koets met paard) worden gehaald en weer thuis gebracht.

Het beroepingswerk is in volle gang. Inmiddels zijn de eerste teleurstellingen vanwege het bedanken van de te beroepen predikanten en kandidaten verwerkt, maar het einde hiervan was nog lang niet in zicht. Er werden steeds weer tweetallen gesteld (en soms wel drietallen) en steeds moest er maar weer een keuze worden gemaakt, biduren werden gehouden maar het mocht allemaal niet baten, het bedanken of niet in overweging willen nemen van een eventueel beroep volgden elkaar maar op en dat zou zo doorgaan tot 28 juni 1898.

Tot zover een kort overzicht van heel veel inspanning zonder resultaat. En dan eindelijk …… en menigeen zal een zucht van verlichting geslaakt hebben, toen bekend werd dat het beroep uitgebracht op ds. C. Hoek uit het plaatsje Schettens (een oud terpdorp in de gemeente Wonseradeel in Friesland) was aangenomen. Ds Hoek was van te voren al een keer in Bleiswijk geweest voor kennismaking en de gesprekken met de kerkenraad waren toen volgens het verslag van de scriba heel hartelijk en positief verlopen. De vooruitzichten waren hoopvol, dus blijdschap alom.

Er was inmiddels ook al een verhuizer in Bolsward benaderd en afgesproken dat de inboedel van ds Hoek voor het bedrag van f 130,- naar Bleiswijk gebracht zou worden. Hoe groot zal de teleurstelling geweest zijn toen op 15 juli het bericht van mevr. Hoek kwam dat haar man ernstig ziek was en daarbij de kerkenraad verzocht: ''Om voor hem in het openbaar gebed de Naam des Heeren aan te roepen om herstel van het krankbed''. Kort daarop zijn er door twee leden van de kerkenraad een bezoek gebracht aan het ziekbed van ds. Hoek in Schettens. Men heeft nog geïnformeerd hoe lang het zou gaan duren voordat ds Hoek naar Bleiswijk zou kunnen komen en volgens de behandelend arts aldaar zouden er 3 á 4 weken mee gemoeid zijn. Maar de ziekte bleek veel ernstiger, want op 23 maart 1899 kwam het droevige bericht dat ds. Hoek was overleden. En zo was de kerkenraad voor wat het beroepingwerk betreft weer helemaal terug bij af. Het veel tijd eisende werk met al zijn voorbereidingen waar men nu al 2½ jaar mee bezig was, moest weer opnieuw worden hervat. (Misschien wel met de moed der wanhoop.) De scriba schrijft naar aanleiding van deze droevige gebeurtenis: “de Heere doe wat goed is in Zijn ogen en doe ons in Zijn wil berusten''.

Opnieuw werden er tweetallen van predikanten en kandidaten gesteld en opnieuw moesten de stemgerechtigde leden weer worden opgetrommeld om een predikant uit te kiezen waar een beroep op uit gebracht kon worden. Het zou deze keer gaan tussen ds H. van Dijk uit Zwammerdam en ds H.R. Nieborg uit Witmarsum. Het was inmiddels zondag 23 juli en de opgekomen stemgerechtigde leden spraken met een overgrote meerderheid hun voorkeur uit voor ds Nieborg. (Witmarsum is ook een dorp in de gemeente Wonseradeel, de beide predikanten ds. Hoek en ds. Nieborg zullen elkaar ook vanuit de classis Bolsward zeker goed hebben gekend, maar dit even terzijde). De beroepingsbrief werd opgesteld met het aangeboden traktement van f 1000,- per jaar en door de consulent en de voltallige kerkenraad ondertekend en opgestuurd naar ds Nieborg. Op 28 juli schrijft ds Nieborg de beroepingsbrief te hebben ontvangen en stelt voor om op maandag 7 augustus ‘s avonds om 7 uur naar Bleiswijk te zullen komen om voor de bediening van het Woord op te treden en om daarna met de kerkenraad te vergaderen en een en ander nader te bespreken.

In deze bespreking geeft ds Nieborg ondermeer aan dat het geboden traktement van f 1000,- per jaar niet toereikend is voor het levensonderhoud en verzoekt de kerkenraad om na te gaan of het mogelijk is om dit nog te verhogen. Ds Nieborg gaat in afwachting terug naar Witmarsum en de kerkenraad gaat zich in de eerstvolgende vergadering beraden of de verhoging van het traktement inderdaad nog realiseerbaar is. Na enig onderzoek blijkt dat de verhoging van f 1000,- naar f 1100,- een op te brengen mogelijkheid is. Dan wordt dit bericht, maar nu met een aanbieding van de verhoging naar f 1100,- te voldoen in 12 maandelijkse uitbetalingen en vrije bewoning van de pastorie en vrij van de eerste twee grondslagen der personele belasting, op 12 augustus verzonden naar ds Nieborg in Witmarsum.

Dit bericht wordt door ds Nieborg beantwoord met een brief waarin hij te kennen geeft het beroep naar Bleiswijk niet te zullen aannemen, welke werd voorgelezen op de kerkenraadsvergadering van 23 augustus. Dat was dan de zoveelste tegenvaller, maar toch geven de broeders zich nog niet gewonnen, want op dezelfde vergadering wordt besloten om ds Nieborg voor de 2de maal te beroepen. En dan komt op 22 september, bijna een maand later, het bericht van ds Nieborg dat hij met vrijmoedigheid het beroep naar Bleiswijk heeft aangenomen. Als je dit leest komt onwillekeurig de vraag boven; wat heeft deze dominee dan toch bewogen om zonder andere of betere voorstellen van Bleiswijk, het beroep voor de 2de keer op hem uitgebracht, wel aan te nemen; was dat misschien toch de vasthoudendheid van de kerkenraad? We zullen het nooit te weten komen! Hoe het ook zei, de scriba schrijft: ''het bericht werd door de broeders met blijdschap vernomen en daarvoor de Naam des Heeren erkend''. De Gereformeerde Kerk van Bleiswijk heeft nu, 12½ jaar na het ontstaan van de doleantie een eigen Herder en Leraar. 

Wordt vervolgd.
Henk de Bruin.