Kerk Kroniek - deel 12 - Het eerste uitgebrachte beroep
Geschreven door Henk de Bruin   

Het is 1 mei 1896, de kerkelijke gemeente groeit gestaag, de behoefte aan een vaste predikant werd daardoor steeds groter en het lijkt bijna nergens anders meer over te gaan, het beroepingswerk moest dan ook maar beginnen. Er was trouwens ook al in een eerder stadium n.l. in 1894 geprobeerd om samen met de Ger Kerk van Berkel en Rodenrijs een predikant te beroepen maar dit was door de kerkenraad aldaar afgewezen. Men vond ondermeer de afstand tussen de beide gemeenten te groot voor het goed functioneren van een predikant, en een belangrijke vraag daarbij was ook nog waar de predikant dan eventueel zou moeten wonen. Bovendien vond men dat met de inmiddels toegezegde financiële hulp van de Classis Rotterdam van f 200,- per jaar, wat zowel voor Bleiswijk als voor Berkel zou gelden, de mogelijkheid aanwezig was dat beide kerkelijke gemeenten apart een herder en leraar konden onderhouden. De consulent ds van Veelo had de kerkenraad geadviseerd om van tevoren na te gaan of het benodigde traktement door de gemeente wel opgebracht kon worden, en hen gewezen op hun grote verantwoordelijkheid in deze, dit moest via een circulaire aan alle lidmaten verstuurd, duidelijk worden. Maar van de 70 verstuurde biljetten werden er 39 niet ingevuld. 

Waaruit blijkt dat minstens de helft van de kerkleden de financiële consequenties voor een vaste predikant niet goed had overzien. Hier moest dus nog flink aan gewerkt worden. Bij elke kerkenraadsvergadering werd het een belangrijk onderwerp van bespreking en men begint allereerst voorbereidingen te treffen voor het huren van een goede woongelegenheid voor de toekomstige dominee. De voorkeur hiervoor was uit gegaan naar een huis met grote tuin uit een erfgoed van dhr van Leeuwen. Aan de grote tuin die volgens de scriba nog al in verwaarloosde staat verkeerde moest daarom eerst nog wel het een en ander gebeuren zoals spitten, aardappelen poten en bomen snoeien en dit alles onder het opzicht van broeder van der Kraats. Het gras van de grote tuin werd nog verpacht aan J. Mostert voor de som van f 25,-. De huur zou f 3,50 per week gaan bedragen met een optie van f 200,- per jaar. Het wordt allemaal uitgebreid in de notulen vermeld. Men ging voortvarend en met vooruitziende blik te werk want er zou immers een nieuw tijdperk aanbreken. Het traktement voor de eventuele te beroepen predikant was door de kerkenraad vastgesteld op duizend gulden per jaar en vrij van de eerste twee grondslagen der personele belasting. Korte tijd later is ook nog besloten dat de predikant de pastorie vrij van huur zou kunnen bewonen. 

Er werden verschillende kandidaten als dubbeltal voorgesteld om eventueel te komen 'proefpreken'. Eén daarvan was de kandidaat van Meijnen uit Groningen. Vóór dat het beroep op hem werd uitgebracht, was de consulent ds van Veelo naar Bleiswijk gekomen om vooraf met de gemeente een uur van gebed te houden. De beroepingsbrief werd samen met ds van Veelo opgesteld en verstuurd. De verwachtingen waren hoog gespannen. De teleurstelling was dan ook groot toen het bericht kwam, dat kandidaat van Meijnen het beroep toch niet in overweging wilde nemen. (Dit zou ook voor wat het verdere beroepingswerk betreft zeker niet de enige teleurstelling zijn.) Kort hierop was er, ook weer na een ure des gebeds, een beroep uitgebracht op kandidaat C. Oranje uit Middelburg, maar dit beroep werd ongeldig verklaard omdat, geheel tegen de regels in, de beroepingsbrief verstuurd was vóór dat dhr Oranje het z.g. peremptoir (laatste) examen voor de classis van Middelburg had afgelegd. Veertien dagen later is er opnieuw een beroepingsbrief verstuurd naar kandidaat Oranje en hij is hier ook op een middag voor kennismaking geweest. Maar inmiddels was er door de Gereformeerde Kerk van Berkel en Rodenrijs per telegram ook een beroep op hem uitgebracht en dit beroep heeft hij ook aangenomen. Was hier soms sprake van een beetje rivaliteit tussen de beide kerkelijke gemeenten? Het zou zo maar kunnen. Een predikant per telegram beroepen was en is hoogst ongebruikelijk. De beide burgerlijke gemeenten hadden toen nogal wat overeenkomsten, zoals een sterk agrarische inslag en het aantal inwoners van de beide gemeenten kwam ook aardig overeen. De kerkelijke gemeente van Bleiswijk was wel groter (de doleantie heeft in Bleiswijk enkele jaren eerder plaats gevonden). Er was dan blijkbaar toch iets anders waardoor Berkel en Rodenrijs voor kandidaat Oranje aantrekkelijker was. Maar we kunnen hier natuurlijk alleen maar naar gissen. 

Zolang er nog geen vaste predikant gevonden was werd de pastorie verhuurd aan een gezin uit de gemeente, wat overigens niet zo lang zou gaan duren want nog geen jaar later werd er door de kerkenraad met obligaties van vier aandeelhouders een huis tot pastorie aangekocht voor de totale som van f 2.605,45. Dit huis zal bij nader inzien toch niet helemaal aan de criteria voor een pastorie hebben voldaan, want er is zelfs nog een prijsopgave gevraagd om het huis eventueel te slopen en weer opnieuw op te bouwen. Maar door de geraamde kosten, dat zou ongeveer f 2800,- gaan bedragen, is er vanaf gezien en werd het nodige door herstelwerkzaamheden, wat ± f 500,- ging kosten, in orde gemaakt. Alles bij elkaar voor die tijd toch grote bedragen wat alleen met de hulp van zeer betrokken particuliere geldschieters gerealiseerd kon worden,wat op dat moment wel aantrekkelijk leek, maar of dit achteraf gezien ook een goede zaak was, moet nog maar blijken; later kom ik hier nog wat uitgebreider op terug. Men was er waarschijnlijk toch van overtuigd dat een eigen pastorie niet alleen voor de kerkelijke gemeente, maar zeker ook van groot belang zou kunnen zijn voor een te beroepen predikant. De kerkvisitatoren die met grote regelmaat op bezoek kwamen waren toch niet erg tevreden en hadden steeds meer kritiek op de gang van zaken. Zo werd o.a. het Heilig Avondmaal zeer onregelmatig gevierd, waar de visitatoren veel bezwaar bij hadden. Het lijkt er op dat men niet meer bij machte was om de gemeente goed te besturen. Je zou kunnen zeggen dat de fut er een beetje uit was en dat de eerste negen jaar zonder een vaste predikant, met alle gevolgen en problemen van dien, zijn tol ging eisen en dat nu alle energie nodig was voor alles wat er kwam kijken bij het beroepen van een predikant. 

Wordt vervolgd, Henk de Bruin.