Kerk Kroniek - deel 11 - Tegenstellingen en meningsverschillen
Geschreven door Henk de Bruin   

De wil bij de kerkenraad om een vaste predikant te gaan beroepen werd steeds duidelijker, ook vanuit de kerkelijke gemeente werd de druk opgevoerd, zelfs de kerkvisitatoren drongen er met regelmaat op aan. Maar meester Mulder die als oefenaar o.a. de godsdienstoefeningen leidde moest dan van zijn functie ontheven worden, waar hij ogenschijnlijk geen moeite mee had. Hij was zelfs bereid om in te vallen als hij daarvoor door de kerkenraad verzocht zou worden. Maar al snel komen er toch wat theologische meningsverschillen aan de orde tussen hem en de andere broeders, vooral ook vanwege het feit dat de kerkenraad een kandidaat uit Rotterdam had uitgenodigd om het Woord te laten bedienen, om daar dan later mogelijk een beroep op uit te brengen. Een kandidaat waarover meester Mulder de opmerking gemaakt zou hebben: ''dat zijn stellingen en leer te licht en te oppervlakkig waren en hiervoor zijn kinderen gewaarschuwd had om niet naar de kerk te gaan!'' Een opmerking die door de één werd aangedikt en door de ander weer wat werd afgezwakt binnen de kerkenraad. Kortom het werd hem in ieder geval niet in dank afgenomen. En waarvoor hij tenslotte zelfs voor de kerkenraad moest komen, waar hij boos verklaarde: “hier niet voor de rechtbank te verschijnen!” en verliet toen de vergadering. Dit gebeurde op de kerkenraadsvergadering van 7 september 1895. 

Natuurlijk zijn er in het verleden wel meerdere tegenstellingen en meningsverschillen geweest met de andere leden van de kerkenraad en misschien was Mulder wel een beetje 'te star en te strak in de leer'. Maar het ging soms ook over bestuurlijke zaken waarbij zijn mening zeker ook door anderen werd gedeeld. Zo was men op 15 juni 1894 overgaan op openbare kerkenraadsvergaderingen, men vond toen dat ieder lid van de kerkelijke gemeente het recht had om bij de kerkenraadsvergaderingen aanwezig te zijn, waar Mulder heel erg op tegen was, want dan moest er bij tucht en censuur zaken (die ook nog al eens aan de orde kwamen) toch weer apart vergaderd worden en dan kon men bij voorbaat al vermoeden dat er iets niet goed was met iemand uit de gemeente. Openbare kerkenraadsvergaderingen zouden daarom alleen maar voor onrust zorgen vond Mulder. Ook de kerkvisitatoren vonden het geen goed plan en Mulder wist zich daar door gesteund.

Abraham Kuyper de geweldigeHij was het ook niet altijd eens met de leer van Abraham Kuyper. Zo heeft hij wel eens gezegd: ''hem niet blindelings in alles te willen volgen'' bijv. over ''de veronderstelde wedergeboorte'', een moeilijke diepgaande theologische gedachte van prof. Kuyper over de Heilige Doop, waar in die tijd veel over te doen was. Het was een gedachte/leer in een tijd toen de kindersterfte nog heel hoog was, 60% van de kinderen bereikten niet de volwassen leeftijd, of zoals Kuyper het omschreef (''hebben niet de strijd des levens gekend''). Kuyper was voor veel gereformeerden de charismatische kerkleider maar ook lang niet iedereen was het eens met sommige van zijn leerstelligheden, de synode heeft dan ook veel over 'de veronderstelde wedergeboorte' vergaderd maar ook hier kon men niet tot een eensluidend oordeel komen. Velen vonden en vinden het zelfs een onbijbelse gedachte. (Denk hierbij aan de Christelijke Gereformeerde Kerk, de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt op art. 31.) En o.a. daarom was Mulder het ook niet altijd eens met de pas afgestudeerde predikanten die van de Vrije Universiteit kwamen, dus onder invloed van prof. Kuyper waren opgeleid. Mulder heeft wel eens gezegd: ''Ze (de pas afgestudeerde leraren) die afkwamen van de Vrije Universiteit zijn nog niet goed,----- maar ze konden het worden!''.

 

En zo ontstond er geleidelijk aan een verwijdering of misschien moet je zeggen een vervreemding tussen hem en de andere kerkenraadsleden, waarbij hij op een gegeven moment de mededeling deed: ''niet meer op de kerkenraadsvergaderingen te zullen verschijnen''! Meester Mulder is voor mij tijdens het schrijven van deze stukjes, omdat zijn naam zo veel voorkomt in de notulen, een hoofdpersoon geworden en daarom ging ik op zoek naar hoe het verder met hem is gegaan. En dan blijkt dat er in vier jaar tijd niets meer van Mulder in de notulen is opgeschreven, behalve dan de aantekeningen afwezig br. Mulder en dat hij gezegd had: ''mijn besluit om niet meer te komen staat zo vast als de Wet van Meden en Perzen, dat hij daartoe volgens de Schrift vrijheid gevoelde en dat hij door broeder( N---) niet langer gedreind (gekweld) wilde worden!''. Ondanks het feit dat hij vele malen met grote vasthoudendheid door de leden van de kerkenraad werd bezocht om hem toch vooral te bewegen om op zijn beslissing terug te komen, was hij daartoe niet meer bereid. Totdat er op 14 juli 1899 in de notulen opgetekend werd dat de attestatie was opgevraagd van Jacob Mulder, zijn vrouw Jannetje Mulder Beyer en Christina Gerredina Mulder, wegens verhuizing naar Arnhem.

    

Het is eigenlijk een verdrietig bericht en een wrang afscheid van een man die acht jaar lang met zoveel inzet, (laten we het allemaal nog maar eens een keer opnoemen) als lerend ouderling ook preekdiensten moest verzorgen, voorzitter van de kerkenraad, als scriba en om nog maar niet te spreken over de vele malen als afgevaardigde het bezoeken van de classis in Rotterdam, catechisatie onderwijs en nog zoveel meer, eigenlijk teveel om op te noemen. Ik heb gezocht en een beetje gehoopt of er later toch nog op de een of andere manier contact geweest zou kunnen zijn met Bleiswijk, maar die moeite was tevergeefs. Je kunt je dan niet anders voorstellen dan, dat de fam. Mulder verbitterd en misschien wel met veel verdriet uit Bleiswijk is vertrokken. Het is triest te moeten constateren dat mensen waarschijnlijk met de beste bedoelingen elkaar soms zo kunnen beschadigen dat er blijkbaar geen weg meer terug is. Maar hoe dan ook, er past hier alleen maar een postume dankbetuiging aan meester Mulder, voor het vele werk en het grote aandeel wat hij heeft gehad bij het tot stand komen van de Gereformeerde Kerk in Bleiswijk.

Wordt vervolgd, Henk de Bruin.