Kerk Kroniek - deel 9 - Proceskosten
Geschreven door Henk de Bruin   

Zo’n zes jaar na het ontstaan van de Gereformeerde Kerk komen er een aantal zaken aan de orde die bij het lezen van de notulen steeds weer voor verassingen zorgen. Dat maakt het voor mij interessant en dat hoop ik voor u die dit leest ook. Ik las eens de uitspraak van iemand die schreef: ''Het voelt als bevoorrecht om te lezen wat mensen ten diepste bewoog'', en zo ervaar ik het ook.

Zoals ik al eerder schreef in één van de voorgaande stukjes over het rechtsgeding wat tot aan de Hoge Raad gevoerd was om nog aanspraak te kunnen maken op de kerkelijke goederen e.d. kwam ik later nog in een verslag het woord 'proceskosten' tegen. Nu blijkt die term maar een paar keer voor te komen in de verslagen, (echter zonder nadere omschrijving) en dat prikkelde een beetje mijn nieuwsgierigheid, dus ben ik nog weer eens gaan zoeken in de kerkgeschiedenis, (soms ontkom je er niet aan om over de grenzen van Bleiswijk heen, wat nadere opheldering te verkrijgen) en dan blijkt dat het totale rechtsgeding, (kosten van rechtbank en advocaten) de Gereformeerde Kerken meer dan f 50.000.- heeft gekost.

Dit voor die tijd zeker enorme bedrag moest door de gezamenlijke Gereformeerde Kerken opgebracht worden en Bleiswijk ontkwam daar natuurlijk ook niet aan. Hiervoor moest de Gereformeerde kerk in Bleiswijk f 30.- per jaar bijdragen, waarvoor extra gecollecteerd moest worden. Dat bedrag lijkt mee te vallen maar het moest bij elkaar gesprokkeld worden voor het merendeel met centen, dubbeltjes en enkele kwartjes. Hoe die berekening tot stand kwam wordt niet beschreven, maar dat zal denkelijk per aantal lidmaten berekend zijn, in de vorm van een hoofdelijke omslag. Het is in dit verband misschien nog goed om te vermelden dat landelijk veel mensen uit het onderwijs (mensen uit de midden en hogere inkomens) zich bij de dolerende kerk hadden aangesloten en juist ook zij hebben zich bijzonder grote offers moeten getroosten om dit enorme bedrag op te brengen. Maar dit even terzijde.

Het preeklezen ‘s-avonds, meestal uit catechismus predikatiën van wijlen ds Smijtegelt, (ouderen hebben mij wel eens verteld dat dit zeer taaie kost was) werd af en toe afgewisseld met een preekbeurt door een predikant uit de classis, maar hier waren natuurlijk ook traktement en reiskosten aan verbonden. Op aanvragen van buiten (bedelbrieven) van kerkelijke gemeenten in de lande die er financieel nog slechter voor stonden, werd meestal  afwijzend gereageerd met de mededeling dat de kas een nadelig saldo vertoonde. De huur van de kerk was een steeds weer terugkerende kostenpost. En zo waren er nog een aantal zaken die er voor zorgden dat de positie van de kerkelijke kas er bepaald niet beter op werd. De inkomsten stonden niet in verhouding met de uitgaven. Al moeten we daarbij wel opmerken dat het ledental wel een stijgende lijn vertoonde maar toch nog relatief klein was en dat had natuurlijk betrekking op de inkomsten. Er is daarom ook wel eens opgeschreven dat 'staande de kerkenraadsvergadering' het kastekort door middel van een intekenlijst, door de leden van de kerkenraad voor een bijdrage getekend werd. Ik kwam eens een verdeling van de kerkelijke uitgaven tegen die verder geen uitleg nodig had. In kas zijnde het bedrag van f 11,33 te verdelen als volgt, voor de proceskosten f 6,33 en voor de noodlijdende kerken  f 5,- .

In die jaren fungeerde de kerkenraad ook wel eens als een soort advies college zoals b.v. in de hieronder beschreven 'zaken'.
De postbode J Buitenhuis, in de vergadering binnen gelaten,leest een rekest voor gericht aan de minister van Handel Nijverheid en Waterstaat met de bede om op s’Heeren dag het bestellen van brieven te staken. Hij verzoekt de medewerking des kerkenraads die hem volgaarne wordt toegezegd.
Het is heel aannemelijk dat de minister daar negatief op gereageerd heeft en broeder Buitenhuis zal zeker nog lang op zondag de post hebben besteld, want het bestellen van poststukken op zondag werd pas in 1925 officieel landelijk afgeschaft dus ruim 30 jaar later.

En dan tot slot nog de volgende zaak:
Een broeder verzoekt binnen gelaten te worden. Hij reikt een schrijven over: bevattende de mededeling dat de dochters van broeder Str-- de christelijke zangvereniging waarvan hij directeur is hebben verlaten en zich hebben aangemeld bij een zangvereniging wier directeur Roomsch is!
De liederen van de betreffende zangvereniging zijn onderzocht en daar viel kennelijk niet veel op aan te merken want daar is het verder ook bij gebleven.

Wij, mensen van deze tijd zouden wellicht om dergelijke situaties glimlachend onze schouders hebben opgehaald, maar toen keek men toch blijkbaar heel anders tegen de dingen en het leven aan. Veel mensen van toen waren eenvoudig en soms te bescheiden en lang niet mondig genoeg om de vele vaak simpele zaken zelf te regelen.

Wordt vervolgd, Henk de Bruin.