Kerk Kroniek - deel 8 - Notulen 1892/1893
Geschreven door Henk de Bruin   
In de notulen van 1892/1893 komen een aantal bijzondere gebeurtenissen in beeld. Het gaat o.a. ook over personen waarvan enkele nazaten in onze kerkelijke gemeente nog aanwezig zijn. (Met toestemming van beide families komen in dit schrijven een paar situaties voor.) Op 2 december 1892 werd de opa van Piet Berkel bij herhaalde stemming door de kerkenraad voor het ambt van diaken gekozen. In de vergadering op 1 december 1893 wordt er, weer na herhaalde stemming, maar nu uit 2 dubbeltallen door de 'manslidmaten' een keuze gemaakt. Er waren hiervoor 34 broeders bijeen gekomen en br P Berkel met 31 stemmen en br J Mostert met 18 stemmen zijn op 11 januari 1894 samen met nog 2 ouderlingen, door Ds J Vonk uit Maassluis in het ambt bevestigd. 

Het zou echter voor br P Berkel van zeer korte duur zijn want na één kerkenraadsvergadering bedankte hij al voor het ambt, en is dan op de drie eerst volgende kerkenraadsvergaderingen niet meer aanwezig. Na herhaalde uitnodigingen om toch weer naar de vergaderingen te komen om een en ander nader te verklaren en te bespreken gebeurt dit pas op 27 april. En dan blijkt dat er op die eerste vergadering al een meningsverschil was ontstaan tussen br Berkel en br Noordam die in deze periode de plaatsvervangende scriba was. Het probleem zelf wordt met weinig woorden beschreven maar het zou gaan dat de scriba gezegd had: "dat de predikanten van kerk A en kerk B hem niet allen even dierbaar waren" (er werd toen nog over A-kerken en B-kerken gesproken). Het probleem kan niet uitgepraat worden, br Berkel blijft bij zijn besluit, maakt nog de opmerking dat hij: "geen medewerker wilde zijn om de zaken hier af te breken" en verlaat de vergadering, later komen we hem toch weer tegen in de notulen maar dan als lid van 'de kerkelijke kas'.

(Ter verduidelijking, de A-kerken waren voortgekomen uit de afscheiding van 1834. waar ook de Christelijke Gereformeerden in vertegenwoordigd waren, de B-kerken zijn ontstaan na de Doleantie).
Er was ook wel een belangrijk verschil in spiritualiteit tussen de beide kerken. Bij de A-kerken stond de persoonlijke vroomheid meer op de voorgrond. De B-kerken waren meer gericht op maatschappij en activisme. Beiden hadden een voorkeur voor eigen predikanten, opgeleid respectievelijk aan de Theologische Hoge School in Kampen, of aan de Vrije - Universiteit in Amsterdam. Korte tijd later heeft er een zgn. 'ineensmelting' van beide kerken plaats gevonden en werd er in het vervolg over de Gereformeerde Kerken gesproken.
  
In deze zelfde periode komt ook de opa van dhr Ploeg in beeld, hij laat een ouderling op de kerkenraadsvergadering van 23 juni 1893 vragen of hij zijn kind door ds Tobi uit Haamstede (want daar kwamen zij oorspronkelijk vandaan) mocht laten dopen. De kerkenraad had hier tegen geen bezwaar en was bereid deze begeerte aan ds Tobi schriftelijk kenbaar te maken. Het kind (een meisje) heeft helaas maar 14 dagen mogen leven. Dit tragische gebeuren is niet in de notulen opgeschreven maar is mij door dhr Ploeg zelf verteld. Het is verrassend te ontdekken dat er twee nazaten van mensen uit het verre verleden nog in ons midden zijn. Maar 1893 was ook in een heel ander opzicht een bijzonder jaar. Er heerste landelijk een grote droogte. Het is zelfs in de jaarboeken van het KNMI in De Bilt opgeschreven als een bijzondere gebeurtenis, (dit is opvraagbaar). Er was van maart tot in juli nauwelijks neerslag gevallen, er dreigde een ramp voor mens en dier.
   
Meester Mulder die toen de scriba was brengt het in de notulen zo onder woorden: ''De felle droogte waarin kennelijk blijkt, dat den Heere Zijn heilig ongenoegen openbaart over de ongerechtigheden van de inwoners des lands, brengt den Kerkenraad tot het noodzakelijke besluit bidstonden te houden met de gemeente, om belijdenis te doen van schuld en den Heere te smeken het dorstige aardrijk te verkwikken met een milde regen. De eerste bidstond zal gehouden worden woensdag 7 juni e.k.''  En dan de eerst volgende kerkenraadsvergadering op 23 juni schrijft meester Mulder; ''Na dat drie weken achtereen, telkens eens per week een biduur is gehouden, heeft het den Heere naar Zijn grote barmhartigheid behaagd, de smeekingen Zijns volks te verhooren en het aardrijk te drenken door Zijne regendroppelen. Dies wordt het betamelijk gevoeld den Heere te erkennen en daartoe dinsdag 27 juni met de gemeente te vergaderen''. Tot zover een gedeelte van dit opvallende kerkenraadsverslag.
   
Maar er deed zich in 1893 nog iets opmerkelijks voor n.l. de kerkenraads verslagen werden steeds korter van inhoud, soms maar enkele regels en er gaat zelfs een gedeelte van het jaar voorbij dat er niets genotuleerd wordt, terwijl er wel kerkenraadsvergaderingen zijn geweest. (Dit verklaart ook meteen waarom het tragische gebeuren van het dochtertje van broeder Ploeg niet in de notulen voor komt). De leden van de kerkenraad hadden de onderlinge afspraak gemaakt, elkaar te vervangen in de diverse functies bij een eventuele afwezigheid en dat is merkbaar aan de manier van notuleren voor wat betreft gedetailleerdheid, maar alleen korte feitelijkheden, en soms slechts alleen een datum verwijzend naar de volgende vergadering komt alleen in dit jaar voor. Bij aandachtig lezen van de notulen zijn er tussen de regels door mogelijk wel enkele aanwijzingen voor te vinden, maar de echte oorzaak hiervan heb ik niet kunnen achterhalen, maar bijzonder is het wel.
  
Wordt vervolgd.                                                            Henk de Bruin.