Kerk Kroniek - deel 5 - Dolerend
Geschreven door Henk de Bruin   

Omdat het woord 'dolerend', zeker in de eerste tijd na de afscheiding met enige regelmaat werd gebruikt, ben ik op zoek gegaan naar de betekenis van dat woord. Dat vond ik na nog al wat speurwerk in een oud boek over de kerkgeschiedenis. De betekenis luidt in letterlijke zin.”klagend over de beroving van haar kerkegoed”. Dit lijkt mij een goede verklaring van dat woord want door een beslissing van de Hoge Raad in juni 1888 hadden de 'dolerenden' geen recht meer op gebouwen, goederen en fondsen.

Toen er dan voor de 'afgescheidenen' geen enkele mogelijkheid meer bestond om gebruik te kunnen maken voor de godsdienstoefeningen van de herv kerk, en er dus naar een andere locatie gezocht moest worden, was de oude remonstrantse kerk (hoewel dit niet wordt vermeld) eigenlijk direct al een goede mogelijkheid. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat er tussentijds ergens anders nog een locatie geweest kan zijn in Bleiswijk. Er is wel iets genoteerd over z.g. 'huisgezelschappen', die gehouden werden met name bij de wed J. Hoogenboezem met als onderwerp: (bespreking der heilige waarheden Gods naar den leiddraad van den Catechismus.) zoals het in de notulen is samengevat, maar dit gaat maar om ’n enkele vermelding.

Zo gaan de eerste paar jaar van De Gereformeerde Kerk (rustig) voorbij, althans daar lijkt het op, maar het was allemaal wel zwaar en moeilijk. Men lette heel erg op elkaar, binnen de kerkenraad werden 'de woorden gewogen en soms te licht bevonden'. Veel mensen waren arm en hadden af en toe een financiële ondersteuning van de diaconie nodig. Omdat zeker de eerste jaren de diaconiekas lang niet toereikend was om de nood, al was het dan ook maar in beperkte mate te lenigen, moest er ook wel naar het burgerlijk armenfonds worden doorverwezen. Maar het kwam ook nogal eens voor dat een behoeftige broeder op de kerkenraadsvergadering verscheen om te vragen of de wekelijkse bijdrage nog iets verhoogd kon worden. En dit ging echt niet zomaar, want daar moest eerst weer het nodige onderzoek naar gedaan worden. Als ik dit lees krijg ik een onbehaaglijk gevoel en ik denk dan; ”wat zal het voor die broeder een zware gang geweest zijn als de armoede je zo dwingt”. En bladerend in dat oude notulenboek kom ik het verslag tegen van een kerkenraadsvergadering waarvan ik u punt 2 van de agenda niet wil onthouden, ik neem de tekst met het taalgebruik over, zoals het in die tijd in de notulen beschreven werd:
...
Vrouw Lievaart, die ontboden was, verschijnt. Haar wordt ten laste gelegd, dat zij op den Dag des Heeren met een openbaar voertuig is op reis geweest. Zij bekend dit en geeft hiervoor zeer ongegronde redenen. Zij wordt vermaand over hare zonden tegen het 4de gebod. Daar zij de openbare Godsdienstoefeningen geregeld verzuimd, wordt zij hierover ernstig vermaand. Zij verklaart evenwel, doordien zij belast is met het verzorgen van een kind harer dochter, vooreerst nog niet in de kerk te kunnen komen. Uit alles wat zij bespreekt, blijkt nochtans duidelijk, dat haar de lust ontbreekt en zij meer uit onverschilligheid afwezig blijft. Na haar vertrek uit de vergadering wordt besloten haar voorlopig niet meer uit de diaconiekas te bedeelen. Met leedwezen moet de kerkenraad tot deze maatregel overgaan.
...
Tot zover agendapunt 2. Wat niets aan duidelijkheid te wensen overlaat, maar het maakt wel helder hoe de situatie was in die tijd.

Het gebeurde soms, zoals ook deze beschrijving aantoont dat men om een kwaad gerucht al op de kerkenraadsvergadering ontboden werd en dan werd de des betreffende persoon vermaand met niet mis te verstane bewoordingen. De gekozen kerkenraadsleden van de Gereformeerde Kerk wilden precies en nauwgezet volgens de regels en het belijden van de 'nieuwe kerk' handelen en wandelen en eisten van iedereen een zuivere christelijke levenswandel, de controle op alles en iedereen was daarom groot, dat is ook wel enigszins begrijpelijk, want zij kwamen immers uit een kerk waar veel van het belijden werd los gelaten. Er was tenslotte een nieuw begin gemaakt en alles moest anders en beter. En de kerkenraad moest het de eerste jaren ook nog zonder een leiding gevende predikant doen, het ontbrak daardoor ook vaak aan theologische kennis. Dr Geesink was zeker wel bereid gevonden om de eerste tijd als consulent de nodige hulp en praktische adviezen te geven. En na Dr Geesink zijn er natuurlijk ook nog verschillende andere consulenten uit de regio behulpzaam geweest, zo wordt ds van Veelo vaak genoemd, maar er moest ook veel, héél veel op eigen verantwoordelijkheid en inzicht gedaan worden. Er is echt niet veel voorstellingsvermogen nodig, om tussen de regels door, van bijna elk genotuleerd verslag, te lezen dat het met name voor de zes kerkenraadsleden een drukke en een zeer moeilijke tijd was.

                                                                                                   Wordt vervolgd ...