Kerk Kroniek - deel 3 - De eerste kerkenraad
Geschreven door Henk de Bruin   

En zo ontstond er in Bleiswijk een groepje van 31 mensen ook weer "manslidmaten" genoemd (een term die steeds weer terug komt in de notulen van de eerste jaren), die zich na de afscheiding van de Hervormde Kerk voortaan "dolerenden" gingen noemen, een titel die men mij (zoveel jaar later) persoonlijk ook nog wel eens toeschreef als het gesprek over de kerk ging. Maar dat waren dan over het algemeen geboren Bleiswijkers die van deze situatie afwisten of bij overlevering zich dat nog konden herinneren. Het geeft wel aan hoe gevoelig deze situatie lag.

Als je al lezend in deze geschriften en aantekeningen, met de problemen uit die tijd geconfronteerd wordt dan denk je bij jezelf: Wat moesten deze mensen toch heel erg gemotiveerd en vastberaden zijn geweest. Maar ja het was een tijd, en wij kunnen ons dat nu niet meer zo voorstellen, dat de gewone man ofwel de "kleine luyden" (zo genoemd in die tijd) kerkelijk, maatschappelijk, en ook in de politiek helemaal niets of weinig te betekenen hadden, en dan gaat het toch om een groot deel van de bevolking, die met de handen, (arbeiders en kleine winkeliers e.d.) de kost moest verdienen. Er was zo veel onrust, in de kerk maar zeker ook in de politiek. Zo was er een wetsvoorstel in de maak om het onderwijs duurder te maken en dat zou het Christelijk Nationaal Schoolonderwijs natuurlijk ook zwaar treffen. Dit moest door een volkspetionnement georganiseerd door Abraham Kuyper ongedaan worden gemaakt. (Abraham Kuyper geen onbekende in gereformeerde kring, ik weet nog dat bij mijn ouders vroeger thuis, een blikken doosje stond waar af en toe wat geld ingestopt werd, met daarop een foto van Dr. Abraham Kuyper en daar onder de tekst "Voor de Vrije Universiteit". Abraham Kuyper wist toch uiteindelijk die grote groep van "kleine luyden" te bundelen, zelfbewuster te maken en te bevrijden van de negentiende-eeuwse liberale dominantie. En zo ontstond in 1879 de Anti Revolutionaire Partij, de Unie-Scholen met de Bijbel en in 1880 de Vrije Universiteit.

Dus allemaal zaken die in deze roerige tijd al vooraf gingen aan de doleantie. De eerste kerkenraadsleden (3 ouderlingen en 3 diakenen) die door de 31 "manslidmaten" gekozen waren, behoorden volgens de beschrijvingen in het notulenboek tot die groep der "kleine luyden", we zouden nu zeggen tot de middenstanders. Over arbeiders, die zullen zeker ook bij het groepje "manslidmaten" aanwezig geweest zijn, lees je niets. Bleiswijk bestond in die jaren wat de werkgelegenheid betreft, hoofdzakelijk uit boeren bedrijven (er waren hier in de jaren rond de vorige eeuwwisseling ongeveer 45 boerderijen) en dat waren meestal z.g. gemengde bedrijven (melk en landbouw). De arbeiders die daar werkten moesten lange dagen werken, van 's morgens 5 uur tot 's avonds 6 uur en dat, met op de zondag melken erbij, dikwijls 7 dagen in de week. Dat is mij meerdere keren verteld door mensen met die of soortgelijke ervaringen. Voor kerkenraadswerk was dan ook voor deze groep "manslidmaten" weinig tijd, bovendien waren het over het algemeen mensen met maar enkele jaren lageronderwijs (kinderen moesten vaak met hun tiende jaar uit armoede al van school om te gaan werken) en liepen daardoor in hun ontwikkeling een grote achterstand op. Het rangen-en-standenverschil was zeker duidelijk aanwezig in die tijd, ook in de kerk, dus was een bestuursfunctie waarschijnlijk ook mede daar door niet van toepassing. Er worden hier en daar wel enkele namen genoemd van "arbeidsmensen" maar dan gaat het meestal alleen maar om een  aanvraag tot ondersteuning van de diaconie. Het zou nog heel lang gaan duren voordat dit ging veranderen. Maar hier over later meer.

Wordt vervolgd ...