Kerk Kroniek - deel 2 - Ene reformatie der Kerk
Geschreven door Henk de Bruin   

We schrijven 30 mei 1887. Het is maandag tweede Pinksterdag. Eenendertig stemgerechtigde manslidmaten (vrouwen telden toen wat het stemrecht betreft nog  niet  mee) waren bijeen gekomen in het plaatselijk evangelisatiegebouw. Voorzitter van deze bijeenkomst was Dr. W. Geesink, predikant te Rotterdam.
Als je deze notulen en aantekeningen leest voel je aan een bepaalde spanning dat het geen gewone kerkelijke vergadering betrof, want het doel was immers om te komen tot 'eene reformatie der Kerk'. De vrijzinnigheid in de Ned. Herv. Kerk nam steeds verder toe. In 1854 was er al bepaald dat de nieuw afgestudeerde predikanten niet meer de 'Formulieren van Enigheid' behoefden te ondertekenen, de 'proponentsgelofte' (kerkelijke eed) was ook al vernieuwd, er kwamen steeds meer verontruste kerkenraden, er moest wat gaan gebeuren. De vergadering werd geopend met het zingen van psalm 65:1 en met het aanroepen van de Naam des Heeren. Het onderwerp voor deze vergadering zal zeker al heel lang van te voren de gemoederen hebben bezig gehouden. Er wordt niet met zoveel woorden over geschreven maar uit alles blijkt dat vóór deze vergadering al het een en ander geregeld was. Zoals  bijvoorbeeld het contact met de Ger. Kerk in Rotterdam waar de doleantie al eerder had plaatsgevonden en waar Geesink predikant was.

Dr Geesink zet uiteen; wat de reformatie der Kerk (inheeft)?; hoe Gods Woord haar gebied, en dat wij al te lang Jezus Koningschap hadden miskend door een zondige onderwerping aan de synodale reglementen. Vervolgens werd er overgegaan tot het kiezen van drie ouderlingen en drie diakenen die tot twee maal toe in de Openbare Godsdienstoefeningen zouden worden voorgesteld en daarna zou de bevestiging plaatsvinden en als het nodig was ook den Heiligen Doop bediend worden. Na het zingen van psalm 28:6 werd de vergadering door de voorzitter met dankzegging gesloten. De bevestiging van de 6 ambtsdragers waaronder ook meester Mulder, heeft plaatsgevonden op zondagavond 26 juni 1887 door Dr. W. Geesink die  dus toen de consulent was.

Na de bevestiging van de ambtsdragers moest er ook nog vergaderd worden, enkele  belangrijke agendapunten waren o.a. dat de kerkenraad der Herv. gemeente niet wilde  mee werken aan de reformatie der Kerk of zoals het in de notulen staat "geweigerd had ter hand te nemen en dat daarom het ambt der gelovigen was opgetreden, en de kerkenraad voor de gehele gemeente het juk van de synodale organisatie zou afwerpen." En van dit besluit moesten Z.M. koning Willem de Derde, de plaatselijke burgemeester die tevens president-kerkvoogd was en de kerkvoogdij op de hoogte worden gesteld en er moesten ook nog credentiebrieven worden opgesteld voor het Synodaal Convent in Rotterdam. Verder wordt nog vermeldt dat de broeders Mulder en Noordam als afgevaardigden gekozen zijn.

Tot zover een ingekorte weergave van een paar van de allereerste notulen opgeschreven in een door de tijd vergeeld en moeilijk te lezen notulenboek. De doleantie in Bleiswijk is een feit.

Wordt vervolgd...