Onze Gereformeerde Kerk door de jaren heen

Ruim 12 jaar is Henk de Bruin de beheerder van het archief van de Gereformeerde Kerk van Bleiswijk. Op basis van alles wat hij daar heeft aangetroffen schrijft hij een serie artikelen voor in het Mededelingenblad. Op deze pagina worden al deze artikelen ook gepubliceerd. In de loop van de tijd zal er steeds weer een artikel bijkomen.



Kerk kroniek - deel 45 - Dominee Wiersinga neemt het beroep aan
Geschreven door Henk de Bruin   

Dominee W. Wiersinga neemt het beroep naar Bleiswijk aan

Terwijl dominee Kamper zich geleidelijk aan losmaakt van de kerk in Bleiswijk (op zondag 11 januari 1953 was de afscheidsdienst) en zich vooral nu bezig houdt om met zijn gezin naar Doetinchem te verhuizen. Is de beroepingscommissie alweer druk met het 'horen' van de drie predikanten die eventueel voor Bleiswijk in aanmerking zouden komen. Uiteindelijk zou het gaan om twee predikanten te weten ds P. Uitdam uit De Glind en ds W. Wiersinga uit Visvliet. De scriba schrijft ''Besloten wordt om beide predikanten te laten weten dat zij op 2 tal staan''. Nadat de beide predikanten een preekbeurt hadden vervuld in Bleiswijk kon er gestemd worden. Ds W. Wiersinga kreeg de meeste stemmen en was hierdoor de nieuw te beroepen predikant. Het stemrecht voor vrouwen wat nog maar kort geleden door de synode was ingesteld, wordt dan ook expliciet in de notulen vermeld. Maar niet iedereen was het met die vernieuwingen meteen eens, want vernieuwingen en dan met name in en bij de erediensten waren in die jaren toch echt wel taboe. Men wilde alles zo veel mogelijk bij het oude houden. Zodoende kwamen er al snel verontruste vragen in de trant van: Komen er dan straks ook nog zwagers in de kerkenraad? En hoe staat het met het ambt voor vrouwen? Dit waren toen 'vergezichten' van enkele verontruste broeders, maar zij konden achteraf gezien nog wel rustig gaan slapen, want deze vernieuwingen zouden nog wel geruime tijd op zich laten wachten. Maar het was niet alleen het vrouwenstemrecht, er waren in die jaren al meer tekenen dat niet aan alles zo krampachtig werd vastgehouden. Zo had een persoon die niet lid van de Gereformeerde Kerk was en ook geen belijdenis had gedaan, maar wel trouw ter kerke kwam, het verzoek ingediend om deel te mogen nemen aan het Heilig Avondmaal. Omdat de broeders van de kerkenraad daar eigenlijk geen antwoord voor hadden, werd besloten om deze vraag dan maar aan de classisvergadering voor te leggen. Daar werd besloten dat de broeders naar eigen goeddunken konden/mochten handelen en zo gebeurde het ook. Dat zou een aantal jaren eerder niet of nauwelijks mogelijk zijn geweest. Maar er waren meer zaken waar men tegenaan liep, zo had de dominee eens het plan opgevat om met een aantal catechisanten naar een bioscoop te gaan om daar "de Luther herdenking" bij te wonen. Maar ook dat werd niet door iedereen in dank afgenomen en leverde al snel een brief met afkeuring op. De woorden bioscoopbezoek en dansen (om er een paar te noemen) waren geladen woorden die alles te maken hadden met wereldgelijkvormigheid waar de apostel Paulus over schrijft in Romeinen 12 vers 2. Zo wist men in die jaren precies de grenzen aan te geven wat kon en wat beslist niet kon. Aan de ene kant voelde dat een beetje beklemmend, aan de andere kant gaf dat ook wel een bepaalde structuur aan je leven, althans zo hebben wij het in onze jonge jaren ervaren. Opvallend is dat in die jaren het commentaar bij vernieuwingen c.q. veranderingen steeds milder wordt en krijgt meer het karakter van bezorgdheid en lijkt het wel dat men er zich van bewust werd dat het allemaal niet bij het oude kon blijven.

Dominee bevestigd en Leen Muilwijk benoemd als de nieuwe organist

Na het uitgebrachte  beroep kwam er uit Visvliet, schrijven van ds W. Wiersinga dat hij het beroep naar Bleiswijk had aangenomen. En dat het zijn begeerte is om de gemeente onder Gods zegen te dienen. Er moesten nog wel een aantal verschillende zaken geregeld worden, waaronder het zoeken  naar een goede dienstbode en nog wat andere huishoudelijke zaken zoals een vaste plaats voor het domineesgezin in de kerk. Waarna de intrede, wat de predikant betref kon plaats hebben op zondag 22 maart 1953. Na ruim twee maanden was er dus weer een nieuwe predikant voor de Gereformeerde kerk in Bleiswijk. Ik herinner mij dominee Wiersinga als een markante man die met zijn preken goed de aandacht vast kon houden. Het gebeurde eens dat er tijdens een stevige vocabulaire een tand los kwam in zijn prothese en met een sierlijke boog over de preekstoel ging en zo op de grond belandde. De dominee raakte echter niet van slag en maakte toch; zei het met een beetje slissend stemgeluid zijn preek af. Doordat wij helemaal voor in de kerk zaten hebben we het gebeuren goed kunnen zien en zorgde het bij ons voor een ingehouden hilariteit. Er zou nu bij zo’n situatie misschien een beetje lacherig gereageerd worden, maar dat was toen zeker niet aan de orde, want de dominee stond in die jaren toch nog wel op een voetstuk. En behoorde evenals de burgemeester de dokter en de pastoor tot de notabelen van het dorp waarmee je met gepast respect diende om te gaan. Hoe dan ook de gezagsverhoudingen lagen heel anders dan tegenwoordig. We zouden hem dan ook nooit bij zijn voornaam aangesproken hebben. Naar mijn mening was daardoor de afstand naar de gemeenteleden wel groter. Hij was ook de eerste predikant die tijdens de erediensten een zwarte gebedsmantel/toga met witte bef droeg. Het jaar 1953 was ook het jaar dat Leen Muilwijk (bij alle Bleiswijkers bekend) de kerkorgelbank beklom. De scriba schrijft; "broeder J. Muilwijk (de vader van Leen) rapporteert over zijn bezoek bij de intrede van ds J.H. Naas te Hillegersberg-Terbregge en deelt tevens mede dat zijn zoon L. Muilwijk zijn benoeming als organist aanneemt onder voorwaarden dat de kerkenraad zorgt voor muziekboeken en hij les kan krijgen. Hierin zal worden voorzien en wordt door de vergadering goed gevonden." En dat was bij Leen niet voor een blauwe maandag want we weten bijna allemaal dat hij het orgel heel lang heeft bespeeld.

Henk de Bruin

 
Meer artikelen...